Nederlandse wetgeving

Artikel 1

geldend

Algemene bepalingen

Rijkswet op het Nederlanderschap · Hoofdstuk 1 · Geldig vanaf 2023-10-01

Bron
1.

In deze Rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.

Onze Minister: Onze Minister van Justitie en Veiligheid in zijn hoedanigheid van minister van het Koninkrijk;

b.

meerderjarige: hij die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt of voordien in het huwelijk is getreden;

c.

moeder: de vrouw tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat;

d.

vader: de man tot wie het kind, anders dan door adoptie, in de eerste graad in opgaande lijn in familierechtelijke betrekking staat;

e.

vreemdeling: hij die de Nederlandse nationaliteit niet bezit;

f.

staatloze:

1°.

voor zover het betreft toepassing in het Europese deel van Nederland: een persoon die als staatloos kan worden beschouwd op grond van artikel 4 of 5 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid;

2°.

voor zover het betreft toepassing in de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd;

g.

toelating: instemming door het bevoegd gezag met het bestendig verblijf van de vreemdeling in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

h.

hoofdverblijf: de plaats waar een persoon zijn feitelijke woonstede heeft.

2.

Behoudens voor de toepassing van artikel 15A, onder a, van deze rijkswet wordt mede verstaan onder:

a.

echtgenoot: de partner in een in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede de partner in een buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 61 en 62 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek wordt erkend, en

b.

huwelijk: het in Nederland geregistreerd partnerschap alsmede het buiten Nederland geregistreerd partnerschap dat op grond van de artikelen 61 en 62 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek wordt erkend.

Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin dit artikel wordt toegepast.

2024-06-26 · ECLI:NL:RVS:2024:2518

Bij besluit van 13 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1996 geboren in Helmond en volgens de staatssecretaris heeft hij bij geboorte van rechtswege de Nederlandse en Turkse nationaliteit verkregen. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. [appellant] is namelijk bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, wegens het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Ook heeft de strafrechter bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder reclasseringstoezicht, een contactverbod met enkele in het vonnis genoemde personen en een verbod op het gebruik van Facebook en Telegram. Het vonnis is op 29 januari 2019 onherroepelijk geworden. De strafrechter heeft bewezen verklaard dat [appellant] de strafbare feiten in de periode van 1 januari 2017 tot en met 25 december 2017 heeft gepleegd.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-07-05 · ECLI:NL:RVS:2023:2518

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [verzoeker] om naturalisatie afgewezen. [verzoeker] heeft van 5 november 2015 tot 5 november 2020 een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar partner gehad. Zij heeft voor het verstrijken van de geldigheidsduur van die vergunning geen verlenging daarvan aangevraagd. Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de staatssecretaris de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning voor de duur van één jaar verlengd met als ingangsdatum 13 januari 2021. Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft de staatssecretaris de geldigheidsduur daarvan gewijzigd naar 13 januari 2021 tot 13 januari 2026. Hierdoor is een zogenoemd verblijfsgat ontstaan van ruim twee maanden. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat ten tijde van het besluit daarop geen sprake was van onafgebroken vijf jaar toelating in het Koninkrijk. [verzoeker] beschikte in de periode van 5 november 2020 tot 13 januari 2021 immers niet over een geldige verblijfsvergunning, aldus de staatssecretaris.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-06-07 · ECLI:NL:RVS:2023:2205

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] en haar echtgenoot zijn op [datum] 2016 getrouwd. Haar echtgenoot heeft de Nederlandse nationaliteit. [appellante] is sinds 21 december 2016 in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder de beperking 'verblijf als familie- of gezinslid', laatstelijk verlengd tot 25 oktober 2023. Niet in geschil is dat [appellante] van 21 december 2016 tot 26 augustus 2020 op het adres van haar echtgenoot stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Zij heeft op 2 juli 2020 een verzoek om naturalisatie ingediend. De staatssecretaris heeft haar verzoek om naturalisatie afgewezen, omdat zij niet heeft samengewoond met haar echtgenoot tot aan het moment van het besluit op haar verzoek om het Nederlanderschap. Haar echtgenoot heeft namelijk van 27 augustus 2020 tot 26 januari 2021 in Kenia verbleven om voor de vader van [appellante] te zorgen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-02-15 · ECLI:NL:RVS:2023:378

Bij besluit van 9 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek) afgewezen. [appellant] heeft de Syrische nationaliteit en is op of omstreeks 10 april 2013 Nederland ingereisd. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 8 mei 2013 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend onder de persoonsgegevens [appellant], geboren op [geboortedatum] 1989.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-02-15 · ECLI:NL:RVS:2023:604

Bij besluit van 9 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek) afgewezen. [appellante] heeft de Afghaanse nationaliteit en is op of omstreeks 22 september 2010 Nederland ingereisd. De staatssecretaris heeft haar met ingang van 22 september 2010 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend onder de persoonsgegevens [appellante] ([naam]), geboren op [geboortedatum] 1980.

Uitspraak op rechtspraak.nl