Nederlandse wetgeving

Hoofdstuk II

geldend

Verkeersregels

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) · Artikelen: 73

3 Artikel 3

Bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden.

gecontroleerd
4 Artikel 4

Voetgangers gebruiken het trottoir of het voetpad.

gecontroleerd
5 Artikel 5

Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.

gecontroleerd
6 Artikel 6

Bromfietsers gebruiken het fiets/bromfietspad.

gecontroleerd
7 Artikel 7

Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig gebruiken het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan.

gecontroleerd
8 Artikel 8

Ruiters gebruiken het ruiterpad.

gecontroleerd
9 Artikel 9

Voetgangers mogen de rijbaan gebruiken, indien zij een colonne, een optocht of een uitvaartstoet vormen.

gecontroleerd
10 Artikel 10

Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8 gebruiken de rijbaan. Deze bestuurders en voetgangers die een aanhangwagen…

gecontroleerd
11 Artikel 11

Inhalen geschiedt links.

gecontroleerd
12 Artikel 12

Het is verboden een voertuig vlak voor of op een voetgangersoversteekplaats in te halen.

gecontroleerd
13 Artikel 13

Bij fileverkeer behoeft, indien de rijbaan is verdeeld in rijstroken in dezelfde richting, niet de meest rechts gelegen rijstrook te worden gevolgd.

gecontroleerd
14 Artikel 14

Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren.

gecontroleerd
15 Artikel 15

Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.

gecontroleerd
15a Artikel 15a

Weggebruikers mogen een overweg opgaan, indien zij direct kunnen doorgaan en de overweg geheel kunnen vrijmaken.

gecontroleerd
16 Artikel 16

Weggebruikers mogen militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen niet doorsnijden.

gecontroleerd
17 Artikel 17

Bestuurders die willen afslaan, mogen voorsorteren door:

gecontroleerd
18 Artikel 18

Bestuurders die afslaan, moeten het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechts dicht…

gecontroleerd
19 Artikel 19

De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

gecontroleerd
20 Artikel 20

Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

gecontroleerd
21 Artikel 21

Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

gecontroleerd
22 Artikel 22

Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, gelden voor de volgende voertuigen de volgende…

gecontroleerd
22a Artikel 22a

Voor zover niet ingevolge andere artikelen van dit besluit een lagere maximumsnelheid geldt, geldt als maximumsnelheid voor landbouw- en…

gecontroleerd
23 Artikel 23

De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:

gecontroleerd
24 Artikel 24

De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren:

gecontroleerd
25 Artikel 25

Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn…

gecontroleerd
26 Artikel 26

Op een gehandicaptenparkeerplaats mag slechts worden geparkeerd:

gecontroleerd
27 Artikel 27

Fietsen en bromfietsen worden geplaatst op het trottoir, op het voetpad of in de berm dan wel op andere door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen.

gecontroleerd
28 Artikel 28

Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending van dreigend gevaar.

gecontroleerd
29 Artikel 29

Bestuurders van motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische…

gecontroleerd
30 Artikel 30

Bestuurders van motorvoertuigen die voor nader aan te geven werkzaamheden worden gebruikt, voeren onder nader aan te geven omstandigheden geel of…

gecontroleerd
30a Artikel 30a

Bestuurders van de in artikel 29, eerste lid, bedoelde motorvoertuigen mogen onder nader aan te geven omstandigheden extra richtingaanwijzers voeren.

gecontroleerd
30b Artikel 30b

De artikelen 29 tot en met 30a zijn niet van toepassing op Belgische en Duitse motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, in gebruik bij…

gecontroleerd
30c Artikel 30c

De motorvoertuigen die onderdeel uitmaken van een uitvaartstoet van motorvoertuigen voeren een herkenningsteken. Bij ministeriële regeling worden…

gecontroleerd
31 Artikel 31

Signalen mogen niet worden gegeven en de in artikel 30c bedoelde herkenningstekens mogen niet worden gevoerd in andere gevallen of op andere wijze…

gecontroleerd
32 Artikel 32

Bestuurders van een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, niet zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e…

gecontroleerd
33 Artikel 33

Gekoppelde aanhangwagens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht, verlichting van de achterkentekenplaat…

gecontroleerd
34 Artikel 34

Bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert, mogen bestuurders van een motorvoertuig en van een gehandicaptenvoertuig mistlicht aan…

gecontroleerd
35 Artikel 35

Fietsers voeren tijdens het rijden bij nacht of bij dag indien het zicht ernstig wordt belemmerd, verlichting overeenkomstig het tweede tot en met…

gecontroleerd
35a Artikel 35a

De in artikel 35 bedoelde verlichting mag andere weggebruikers niet verblinden.

gecontroleerd
35b Artikel 35b

Bestuurders van een wagen voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, of bij nacht voor- en achterlicht.

gecontroleerd
35c Artikel 35c

De artikelen 35, eerste tot en met vierde lid en zesde lid, en 35a zijn van overeenkomstige toepassing op bestuurders van snorfietsen, zijnde…

gecontroleerd
36 Artikel 36

Ruiters en geleiders van rij- of trekdieren en vee moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht een lantaarn meevoeren die…

gecontroleerd
37 Artikel 37

Door voetgangers gevormde colonnes en optochten moeten buiten de bebouwde kom bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht aan de…

gecontroleerd
38 Artikel 38

Bestuurders van een motorvoertuig op meer dan twee wielen, die buiten de bebouwde kom stilstaan op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen…

gecontroleerd
39 Artikel 39

Stilstaande aanhangwagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens…

gecontroleerd
40 Artikel 40

Stilstaande wagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht voor- en achterlicht…

gecontroleerd
41 Artikel 41

Onverminderd artikel 32, eerste lid, mogen bestuurders van een motorvoertuig bij dag dagrijlicht voeren. Het dagrijlicht wordt niet tegelijk met enig…

gecontroleerd
41a Artikel 41a

Verlichte transparanten die informatie bieden over de bestemming of het gebruik van het voertuig mogen worden gevoerd door:

gecontroleerd
42 Artikel 42

Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 60 km per uur mag…

gecontroleerd
43 Artikel 43

Het is de bestuurders verboden op een autosnelweg of autoweg hun voertuig te keren of achteruit te rijden.

gecontroleerd
44 Artikel 44

Voetgangers mogen wegen gelegen binnen een erf over de volle breedte gebruiken.

gecontroleerd
45 Artikel 45

Bestuurders mogen binnen een erf niet sneller rijden dan 15 km per uur.

gecontroleerd
46 Artikel 46

Het is bestuurders van een motorvoertuig verboden binnen een erf te parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of…

gecontroleerd
47 Artikel 47

Het is bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen toegestaan vlak voor of op rotondes anders dan aan de rechterzijde van…

gecontroleerd
48 Artikel 48

Het is bestuurders toegestaan vlak voor of op rotondes rechts in te halen.

gecontroleerd
49 Artikel 49

Bestuurders moeten blinden, voorzien van een witte stok met één of meer rode ringen, en overigens alle personen die zich moeilijk voortbewegen, voor…

gecontroleerd
50 Artikel 50

Weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan.

gecontroleerd
51 Artikel 51

Het is verboden rij- of trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los te laten lopen.

gecontroleerd
52 Artikel 52

Bestuurders die een stilstaande tram of autobus willen voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen, moeten aan hen daartoe…

gecontroleerd
53 Artikel 53

Het is bestuurders van een motorvoertuig verboden een ander motorvoertuig te slepen, indien de afstand van de achterzijde van het trekkende voertuig…

gecontroleerd
54 Artikel 54

Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden…

gecontroleerd
55 Artikel 55

Bestuurders van een motorvoertuig respectievelijk bromfietsers moeten een teken met hun richtingaanwijzer geven respectievelijk een teken met hun…

gecontroleerd
56 Artikel 56

Binnen de bebouwde kom moeten bestuurders aan bestuurders van een autobus de gelegenheid geven van een bushalte weg te rijden, wanneer de bestuurder…

gecontroleerd
57 Artikel 57

Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.

gecontroleerd
58 Artikel 58

Stilstaande motorvoertuigen op meer dan twee wielen en aanhangwagens moeten worden aangeduid door een gevarendriehoek, indien het voertuig een…

gecontroleerd
58a Artikel 58a

Tijdens deelname aan het verkeer zitten bestuurders en passagiers op de voor hen bestemde zitplaatsen.

gecontroleerd
59 Artikel 59

Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken…

gecontroleerd
59a Artikel 59a

Bestuurders van een autobus en hun passagiers van 3 jaar of ouder gebruiken de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is…

gecontroleerd
59b Artikel 59b

In afwijking van artikel 59, eerste en achtste lid, mag anders dan op de voorste zitplaatsen in personenauto’s en bestelauto’s, wanneer het na…

gecontroleerd
60 Artikel 60

De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, snorfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen…

gecontroleerd
61 Artikel 61 vervallen
61a Artikel 61a

Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of…

gecontroleerd
61b Artikel 61b

Het is verboden personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in of op een aanhangwagen achter een…

gecontroleerd