Artikel 9b
geldendDe verstrekkingen gedurende de opvang
Behoudens de uitzonderingen in het tweede tot en met vijfde lid is, op de vreemdeling aan wie een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt, deze regeling van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 10, 12, 18 en 19.
Een vreemdeling als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c, e, k en I, van deze regeling, aan wie de verblijfsvergunning bedoeld in artikel 14 of 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, waarvoor een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt, is uitgesloten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c en d, van deze regeling.
De uitsluiting van de verstrekkingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats vanaf het moment dat het tijdelijk onderdak voor de vreemdeling beschikbaar is.
Het COA verstrekt aan de vreemdeling aan wie een gemeente tijdelijk onderdak beschikbaar stelt, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, e, f en g, van deze regeling, gedurende een periode van maximaal zes maanden.
In afwijking van het derde lid wordt de financiële toelage ten behoeve van voedsel, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van deze regeling, niet verstrekt aan de vreemdeling indien hij in het tijdelijk onderdak niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen. In dat geval worden de maaltijden van de vreemdeling verzorgd door de gemeente die het tijdelijk onderdak beschikbaar stelt.