Artikel 11
geldendEUROPESE BLAUWE KAART: PROCEDURE EN TRANSPARANTIE
1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten nemen een beslissing over de volledige aanvraag voor een Europese blauwe kaart en stellen de aanvrager, overeenkomstig de nationale wettelijke kennisgevingsprocedures van de betrokken lidstaat, zo spoedig mogelijk en uiterlijk 90 dagen nadat de aanvraag is ingediend, schriftelijk in kennis van hun beslissing.
De nationale wetgeving van de betrokken lidstaat bepaalt de eventuele gevolgen van het uitblijven van een beslissing binnen de in de eerste alinea vastgestelde termijn.
2. Indien ter staving van de aanvraag niet afdoende gegevens of documenten zijn verstrekt, delen de bevoegde autoriteiten de aanvrager mee welke aanvullende gegevens of documenten vereist zijn en stellen zij voor de verstrekking hiervan een redelijke termijn vast. De in lid 1 bedoelde termijn wordt opgeschort totdat de autoriteiten de gevraagde aanvullende gegevens of documenten hebben ontvangen. Indien de aanvullende gegevens of documenten niet binnen de gestelde termijn worden verstrekt, kan de aanvraag worden afgewezen.
3. Beslissingen tot weigering, niet-verlenging of intrekking van de Europese blauwe kaart worden schriftelijk meegedeeld aan de betrokken onderdaan van een derde land en eventueel aan diens werkgever, overeenkomstig de nationale wettelijke kennisgevingsprocedures, en kunnen juridisch worden aangevochten in de betrokken lidstaat. In de kennisgeving worden de redenen voor de beslissing gegeven, alsmede informatie over de beschikbare beroepsmogelijkheden en de termijnen die daarvoor gelden.