Nederlandse wetgeving

Artikel 247c

geldend

Van surseance van betaling · Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen

Faillissementswet · Titel II · Afdeling 1 · Geldig vanaf 2005-12-01

Bron
1.

Indien de surseance van betaling wordt ingetrokken onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, gelden de volgende regelen:

a.

de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling oefent de bevoegdheid uit, in artikel 228, eerste lid, tweede volzin, aan de bewindvoerder in de surseance toegekend;

b.

boedelschulden, gedurende de toepassing van de surseance ontstaan, gelden ook in de toepassing van de schuldsaneringsregeling als boedelschulden;

c.

in de surseance ingediende vorderingen gelden als ingediend in de schuldsaneringsregeling.

2.

Artikel 249, eerste lid, onder 1° en 4°, is van overeenkomstige toepassing.