Nederlandse wetgeving

Artikel 7:349

geldend

Pacht · Verplichtingen van de pachter

Burgerlijk Wetboek Boek 7 (bijzondere overeenkomsten) · Titel 5 · Afdeling 7 · Geldig vanaf 2007-09-01

Bron
1.

De pachter is tot de ontruiming bevoegd door hem aangebrachte veranderingen en toevoegingen ongedaan te maken, mits daarbij het gepachte in de toestand wordt gebracht, die bij het einde van de pacht redelijkerwijs in overeenstemming met de oorspronkelijke kan worden geacht.

2.

De pachter is niet verplicht tot het ongedaan maken van geoorloofde veranderingen en toevoegingen, onverminderd de bevoegdheid van de rechter om hem op de voet van artikel 348 lid 4 de verplichting op te leggen hiervoor vóór de ontruiming van het gepachte zorg te dragen.