Nederlandse wetgeving

Artikel 7:317

geldend

Pacht · Vorm van de pachtovereenkomst

Burgerlijk Wetboek Boek 7 (bijzondere overeenkomsten) · Titel 5 · Afdeling 2 · Geldig vanaf 2007-10-31

Bron
1.

De pachtovereenkomst, de overeenkomst tot wijziging en die tot beëindiging van een pachtovereenkomst moeten schriftelijk worden aangegaan.

2.

Zolang de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.

3.

In het in het vorige lid bedoelde geval legt de rechter de overeenkomst schriftelijk vast met dien verstande dat nietige bedingen, zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoelingen van partijen, in overeenstemming worden gebracht met de wet.