Nederlandse wetgeving

Titel 5

geldend

Bezit en houderschap

Burgerlijk Wetboek Boek 3 (vermogensrecht in het algemeen) (Burgerlijk Wetboek Boek 3) · Artikelen: 19

3:107 Artikel 3:107

Bezit is het houden van een goed voor zichzelf.

gecontroleerd
3:108 Artikel 3:108

Of iemand een goed houdt en of hij dit voor zichzelf of voor een ander doet, wordt naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de…

gecontroleerd
3:109 Artikel 3:109

Wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden.

gecontroleerd
3:110 Artikel 3:110

Bestaat tussen twee personen een rechtsverhouding die de strekking heeft dat hetgeen de ene op bepaalde wijze zal verkrijgen, door hem voor de ander…

gecontroleerd
3:111 Artikel 3:111

Wanneer men heeft aangevangen krachtens een rechtsverhouding voor een ander te houden, gaat men daarmede onder dezelfde titel voort, zolang niet…

gecontroleerd
3:112 Artikel 3:112

Bezit wordt verkregen door inbezitneming, door overdracht of door opvolging onder algemene titel.

gecontroleerd
3:113 Artikel 3:113

Men neemt een goed in bezit door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen.

gecontroleerd
3:114 Artikel 3:114

Een bezitter draagt zijn bezit over door de verkrijger in staat te stellen die macht uit te oefenen, die hij zelf over het goed kon uitoefenen.

gecontroleerd
3:115 Artikel 3:115

Voor de overdracht van het bezit is een tweezijdige verklaring zonder feitelijke handeling voldoende:

gecontroleerd
3:116 Artikel 3:116

Hij die onder een algemene titel een ander opvolgt, volgt daarmede die ander op in diens bezit en houderschap, met alle hoedanigheden en gebreken…

gecontroleerd
3:117 Artikel 3:117

Een bezitter van een goed verliest het bezit, wanneer hij het goed kennelijk prijsgeeft, of wanneer een ander het bezit van het goed verkrijgt.

gecontroleerd
3:118 Artikel 3:118

Een bezitter is te goeder trouw, wanneer hij zich als rechthebbende beschouwt en zich ook redelijkerwijze als zodanig mocht beschouwen.

gecontroleerd
3:119 Artikel 3:119

De bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn.

gecontroleerd
3:120 Artikel 3:120

Aan een bezitter te goeder trouw behoren de afgescheiden natuurlijke en de opeisbaar geworden burgerlijke vruchten toe.

gecontroleerd
3:121 Artikel 3:121

Een bezitter die niet te goeder trouw is, is jegens de rechthebbende behalve tot afgifte van het goed ook verplicht tot het afgeven van de…

gecontroleerd
3:122 Artikel 3:122

Indien de rechthebbende ter bevrijding van de door hem ingevolge de beide vorige artikelen verschuldigde vergoedingen op zijn kosten het goed aan de…

gecontroleerd
3:123 Artikel 3:123

Heeft de bezitter van een zaak daaraan veranderingen of toevoegingen aangebracht, dan is hij bevoegd om, in plaats van de hem op grond van de…

gecontroleerd
3:124 Artikel 3:124

Wanneer iemand een goed voor een ander houdt en dit door een derde als rechthebbende van hem wordt opgeëist, vindt hetgeen in de voorgaande vier…

gecontroleerd
3:125 Artikel 3:125

Hij die het bezit van een goed heeft verkregen, kan op grond van een daarna ingetreden bezitsverlies of bezitsstoornis tegen derden dezelfde…

gecontroleerd