Artikel 1:302
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Voogdij
De rechter kan de voogdij opdragen aan een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Onverminderd diens bevoegdheid een natuurlijke persoon tot voogd te benoemen, kan de rechter de voogdij over een minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is ingediend, en in verband daarmee in Nederland verblijft, alsmede over door Onze Minister van Justitie aan te wijzen categorieën andere minderjarigen, uitsluitend opdragen aan een daartoe door Onze Minister van Justitie aanvaarde rechtspersoon.
Onze Minister van Justitie kan voorwaarden stellen bij of voorschriften verbinden aan de aanvaarding, bedoeld in het tweede lid, en de rechtspersoon voor een bepaalde tijd aanvaarden.
Op een rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 303, 304, 305 en 328 van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht. Gezag. Procesrecht. Verzoek ouder tot belasting met gezag (art. 1:274 lid 2 BW) over minderjarige die onder voogdij gecertificeerde instelling (GI) staat. Geldt vrijstelling verplichte procesvertegenwoordiging voor GI in art. 1:283 BW ook voor verweerschrift in hoger beroep in deze procedure? Verder: uitleg art. 1:274 lid 2 BW.
Uitspraak op rechtspraak.nl3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/092HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], 2. [Verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. R.E. Troost, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, e n 3. BUREAU JEUGDZORG GELDERLAND, gevestigd te Arnhem, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Uitspraak op rechtspraak.nl