Artikel 1:261
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Ondertoezichtstelling van minderjarigen
De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling opheffen indien de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid, niet langer is vervuld.
Hij kan dit doen op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft. Indien deze gecertificeerde instelling niet tot een verzoek overgaat, zijn de raad voor de kinderbescherming, een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder bevoegd tot het doen van het verzoek.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Familie- en jeugdrecht. Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling via geschillenregeling van art. 1:262b BW aan kinderrechter worden voorgelegd?
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht, appelprocesrecht. Geldt het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor een beschikking ex art. 1:265i BW (wijziging verblijfplaats van een onder toezicht gestelde minderjarige)?
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Machtiging uithuisplaatsing; art. 1:261 BW. Rechtens relevant belang ouder om rechtmatigheid uithuisplaatsing te laten toetsen (art. 8 EVRM); geen ontzegging procesbelang op enkele grond dat periode waarvoor maatregel gold, is verstreken (vgl. HR 14 oktober 2011, LJN BR5151, NJ 2011/596).
Uitspraak op rechtspraak.nlArt. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot verlenging machtiging uithuisplaatsing, belanghebbende; art. 798 lid 1 Rv., art. 1:261, 263 BW.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Machtiging tot uithuisplaatsing; art. 1:261 lid 1 BW. Procesbelang ouder ondanks verstrijken geldigheidsduur maatregel (HR 24 juni 2011, LJN BQ2292). Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat machtiging plaatsing betreft bij met gezag belaste ouder bij wie minderjarige zijn hoofdverblijf niet heeft.
Uitspraak op rechtspraak.nl