Nederlandse wetgeving

Artikel 1:260

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ondertoezichtstelling van minderjarigen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 4 · Geldig vanaf 2015-01-01

Bron
1.

De kinderrechter kan, mits aan de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid, is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

2.

De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling verlengen op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft. Indien deze gecertificeerde instelling niet tot een verzoek overgaat, zijn de raad voor de kinderbescherming, een ouder, degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt en het openbaar ministerie bevoegd tot het doen van het verzoek.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2025-12-19 · ECLI:NL:HR:2025:1948

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2023-09-01 · ECLI:NL:HR:2023:1148

Familie- en jeugdrecht. Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling via geschillenregeling van art. 1:262b BW aan kinderrechter worden voorgelegd?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2021-07-09 · ECLI:NL:HR:2021:1113

Jeugdrecht. Verlenging ondertoezichtstelling mogelijk nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2016-04-08 · ECLI:NL:HR:2016:609

Personen- en familierecht, appelprocesrecht. Geldt het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv ook voor een beschikking ex art. 1:265i BW (wijziging verblijfplaats van een onder toezicht gestelde minderjarige)?

Uitspraak op rechtspraak.nl