Artikel 1:253t
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder · § Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing
Indien het gezag over een kind bij één ouder berust, kan de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten.
In het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder wordt het verzoek slechts toegewezen, indien:
de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en
de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.
Het verzoek wordt afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Het gezamenlijk gezag, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden toegekend in de gevallen, bedoeld in artikel 253q, eerste lid, en artikel 253r. Het staat niet open voor rechtspersonen.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander, of van een ouder en de ander in een vrij te bepalen volgorde. Artikel 5, veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing. Een zodanig verzoek wordt afgewezen, indien
het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek;
het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of
het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht, procesrecht. Afwijzing verzoek van moeder en grootvader van minderjarige tot gezamenlijk gezag; art. 1:253t BW. Niet-ontvankelijkheid incidenteel appel vanwege niet-ontvankelijkheid principaal appel? Ontbreken van grieven in incidenteel appel? Ambtshalve benoeming door hof van bijzondere curator; art. 1:250 BW.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over de wijziging van de geslachtsnaam van het uit hun huwelijk geboren minderjarig kind en over toekenning aan de - met het gezag belaste - moeder en haar nieuwe partner van het gezamenlijk gezag over dat kind (81 RO).
Uitspraak op rechtspraak.nl9 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/073HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. K.T.B. Salomons, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Uitspraak op rechtspraak.nlUitspraak Hoge Raad van 13 juli 2001.
Uitspraak op rechtspraak.nl