Nederlandse wetgeving

Artikel 1:253a

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ouderlijk gezag · § Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 2 · § 1 · Geldig vanaf 2014-04-01

Bron
1.

In geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag kunnen geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

2.

De rechtbank kan eveneens op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten:

a.

een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede met overeenkomstige toepassing van artikel 377a, derde lid, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben;

b.

de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;

c.

de wijze waarop informatie omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd;

d.

de wijze waarop informatie door derden overeenkomstig artikel 377c, eerste en tweede lid, wordt verschaft.

3.

Indien op de ouders de verplichting van artikel 247a rust en zij daaraan niet hebben voldaan, houdt de rechter de beslissing op een in het tweede lid bedoeld verzoek ambtshalve aan, totdat aan die verplichting is voldaan. Aanhouding blijft achterwege indien het belang van het kind dit vergt.

4.

De artikelen 377e en 377g zijn van overeenkomstige toepassing. Daar waar in deze bepalingen gesproken wordt over omgang of een omgangsregeling wordt in plaats daarvan gelezen: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.

5.

De rechtbank beproeft alvorens te beslissen op een verzoek als in het eerste of tweede lid bedoeld, een vergelijk tussen de ouders en kan desverzocht en ook ambtshalve, zulks indien geen vergelijk tot stand komt en het belang van het kind zich daartegen niet verzet, een door de wet toegelaten dwangmiddel opleggen, dan wel bepalen dat de beschikking of onderdelen daarvan met toepassing van artikel 812, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kunnen worden gelegd.

6.

De rechtbank behandelt het verzoek binnen zes weken.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-06-05 · ECLI:NL:HR:2026:845

Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Verhuiszaak. Uitzondering op tweeconclusieregel? Verzet goede procesorde zich ertegen dat stukken die later dan tien dagen voor zitting zijn ingebracht, buiten beschouwing worden gelaten (art. 87 lid 6 Rv in verbinding met art. 279 lid 6 Rv en art. 362 Rv)?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-05-29 · ECLI:NL:HR:2026:808

Personen- en familierecht. Echtscheidingsprocedure. Verandering en vermeerdering verzoek in hoger beroep (art. 283 Rv in verbinding met art. 362 Rv). Nevenvoorziening in hoger beroep m.b.t. gezag (art. 827 lid 1 onder c Rv). Tweeconclusieregel; uitzondering vanwege aard van geschil? Hoor en wederhoor.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-12-19 · ECLI:NL:HR:2025:1948

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-11-21 · ECLI:NL:HR:2025:1734

Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Geschil over hoofdverblijfplaats kind en door moeder gewenste vervangende toestemming om met kind naar New York te verhuizen.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-09-19 · ECLI:NL:HR:2025:1322

Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Art. 1:253a BW. Verzoek tot wijziging opvangregeling in ouderschapsplan. Hof bepaalt o.m. dat kind niet zal worden opgevangen in Scientology-kerk of familieleden die lid zijn van Scientology-kerk. Klachten moeder o.m. over uitleg over afspraak over opvangregeling en niet betrekken van persoonlijke omstandigheden bij opvangregeling.

Uitspraak op rechtspraak.nl