Nederlandse wetgeving

Artikel 1:251a

geldend

Het gezag over minderjarige kinderen · Ouderlijk gezag · § Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 14 · Afdeling 2 · § 1 · Geldig vanaf 2009-03-01

Bron
1.

De rechter kan na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:

a.

er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b.

wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

2.

De beslissing op grond van het eerste lid wordt gegeven bij de beschikking houdende scheiding van tafel en bed, echtscheiding dan wel ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed of bij latere beschikking.

3.

Indien een beslissing op grond van het eerste lid niet alle kinderen der echtgenoten betrof, vult de rechtbank haar aan op verzoek van een van de ouders, van de raad voor de kinderbescherming of ambtshalve.

4.

De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van het eerste lid. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-05-29 · ECLI:NL:HR:2026:808

Personen- en familierecht. Echtscheidingsprocedure. Verandering en vermeerdering verzoek in hoger beroep (art. 283 Rv in verbinding met art. 362 Rv). Nevenvoorziening in hoger beroep m.b.t. gezag (art. 827 lid 1 onder c Rv). Tweeconclusieregel; uitzondering vanwege aard van geschil? Hoor en wederhoor.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2024-11-29 · ECLI:NL:HR:2024:1775

Personen- en familierecht. Gezag. Kan gezamenlijk gezag waarmee de ouders bij rechterlijke beslissing op grond van art. 1:253c BW zijn belast, nadien door de rechter worden gewijzigd in eenhoofdig gezag, hoewel art. 1:253c BW niet wordt genoemd in art. 1:253n BW?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2022-05-13 · ECLI:NL:HR:2022:684

Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een grondslag?

Uitspraak op rechtspraak.nl

2021-10-15 · ECLI:NL:HR:2021:1513

Personen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder alleen met het gezag over het kind was belast, met onbekende bestemming is verhuisd? Eenhoofdig gezag en gezamenlijk gezag. Art. 1:247 lid 3 BW, art. 1:253a BW en art. 8 EVRM.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2020-03-27 · ECLI:NL:HR:2020:533

Personen- en familierecht. Gezag. Uitleg art. 1:253c lid 2 BW. Kan de rechter, indien hij oordeelt dat is voldaan aan het 'klemcriterium', toch gezamenlijk gezag toekennen?

Uitspraak op rechtspraak.nl