Nederlandse wetgeving

Artikel 1:234

geldend

Minderjarigheid · Algemene bepalingen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 13 · Afdeling 1 · Geldig vanaf 1995-11-02

Bron
1.

Een minderjarige is, mits hij met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger handelt, bekwaam rechtshandelingen te verrichten, voor zover de wet niet anders bepaalt.

2.

De toestemming kan slechts worden verleend voor een bepaalde rechtshandeling of voor een bepaald doel.

3.

De toestemming wordt aan de minderjarige verondersteld te zijn verleend, indien het een rechtshandeling betreft ten aanzien waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2014-12-05 · ECLI:NL:HR:2014:3535

Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling. Heeft minderjarige recht op inzage en afschrift van processtukken in procedure met betrekking tot zijn ondertoezichtstelling? Positie minderjarige als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv. Art. 811 lid 1 aanhef en onder d Rv. Procesonbekwaamheid minderjarige, art. 1:245 lid 4 BW. Recht om gehoord te worden, art. 809 Rv; toegang tot de rechter, art. 12 IVRK, art. 6 lid 1 EVRM. Benoeming bijzondere curator, art. 1:250 BW; LOVF-richtlijn.

Uitspraak op rechtspraak.nl