Artikel 9
geldend
1.
De deskundige verricht het DNA-onderzoek binnen de termijn die de officier van justitie, de hulpofficier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris die de opdracht tot het verrichten van het DNA-onderzoek heeft gegeven, heeft gesteld. De termijn wordt na overleg met het laboratorium waaraan de deskundige is verbonden, vastgesteld.
2.
De deskundige verricht het DNA-onderzoek volgens een van de methoden die zijn goedgekeurd bij het verlenen van de accreditatie aan het laboratorium waaraan hij is verbonden.