Nederlandse wetgeving

Hoofdstuk IV

geldend

Plaatsing en plaatsingsprocedure

Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen) · Artikelen: 10

11 Artikel 11

Onze Minister kan nadere regels stellen over:

gecontroleerd
12 Artikel 12

Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen of vrijheidsbenemende maatregelen is gelast, worden, voor zover de…

gecontroleerd
13 Artikel 13

Een plaatsing als bedoeld in artikel 12, tweede lid, geschiedt voordat de termijn van de maatregel drie maanden is verstreken.

gecontroleerd
14 Artikel 14

De jeugdige ten aanzien van wie met toepassing van artikel 6.2.2, tweede lid, van de Jeugdwet is bepaald dat hij in een inrichting wordt geplaatst…

gecontroleerd
15 Artikel 15

In afwijking van artikel 12, eerste lid, eerste volzin, kan Onze Minister bepalen dat een persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een…

gecontroleerd
16 Artikel 16

Indien een jeugdige een kind in de inrichting of afdeling als bedoeld in artikel 8, vierde lid, wil onderbrengen ten einde het aldaar te verzorgen en…

gecontroleerd
17 Artikel 17

De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de jeugdigen die overeenkomstig artikel 12 zijn geplaatst in de inrichting of afdeling met het…

gecontroleerd
17a Artikel 17a

De directeur kan de tenuitvoerlegging van een machtiging als bedoeld in artikel 6.1.2 van de Jeugdwet schorsen, als de tenuitvoerlegging niet langer…

gecontroleerd
18 Artikel 18

De betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing:

gecontroleerd
19 Artikel 19

De betrokkene heeft het recht bij Onze Minister een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot plaatsing in dan wel overplaatsing…

gecontroleerd