Nederlandse wetgeving

Artikel 31ter

geldend

Procedure bij uitvoering door Dienst Toeslagen · § Uitbetaling en terugvordering

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) · Hoofdstuk 2 · § 3 · Geldig vanaf 2025-07-01

Bron
1.

In afwijking van artikel 31bis scheldt de Dienst Toeslagen ambtshalve kwijt het op de datum van inwerkingtreding van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief, bedoeld in artikel 1 van die wet, en de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden:

a:.

geen buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of niet de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen; of

b:.

een buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen die niet voor de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden, is afgerond.

2.

Het eerste lid vindt geen toepassing indien:

a.

namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;

b.

namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of

c.

naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling.