Nederlandse wetgeving

Artikel 36a

geldend

De uitoefening en de handhaving van het auteursrecht en bepalingen van strafrecht

Auteurswet · Hoofdstuk II · Geldig vanaf 1999-04-15

Bron

De opsporingsambtenaren kunnen te allen tijde tot het opsporen van bij deze wet strafbaar gestelde feiten inzage vorderen van alle bescheiden of andere gegevensdragers waarvan inzage voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze nodig is, bij hen die in de uitoefening van hun beroep of bedrijf werken van letterkunde, wetenschap of kunst invoeren, doorvoeren, uitvoeren, openbaar maken of verveelvoudigen.