Nederlandse wetgeving

Artikel 11

geldend

Europees Verdrag inzake de adoptie van kinderen (herzien) · Geldig vanaf 2012-10-01

Bron
1.

Door adoptie wordt een kind een volwaardig lid van de familie van de adoptant(en) en heeft het jegens de adoptant(en) en zijn, haar of hun familie dezelfde rechten en plichten als een kind van de adoptant(en) van wie het ouderschap wettelijk vaststaat. De adoptant(en) oefent(oefenen) het ouderlijk gezag uit over het kind. De adoptie verbreekt de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn vader, moeder en de familie van herkomst.

2.

Tenzij de wet anders bepaalt, behoudt de echtgenoot of partner, ongeacht of deze geregistreerd partner is of niet, van de adoptant desalniettemin zijn of haar rechten en verplichtingen jegens het geadopteerde kind indien dit zijn of haar kind is.

3.

Ten aanzien van de beëindiging van de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn familie van herkomst, kunnen de Staten die Partij zijn uitzonderingen toestaan ter zake van aangelegenheden als de achternaam van het kind en beletselen voor het huwelijk of het aangaan van een geregistreerd partnerschap.

4.

De Staten die Partij zijn kunnen voorzien in andere adoptievormen met beperktere gevolgen dan die welke zijn vermeld in de voorgaande leden van dit artikel.