Dutch Legislation

Article 72c

in force

Voluntary insurance · Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie

Sickness Benefits Act (ZW) · Chapter IV · Section Derde · In force since 2018-07-01

Source
1.

An application for the issuance of a decision regarding the status of being insured under this Act may be submitted by the employee exclusively to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen). The Employee Insurance Agency shall issue the decision within thirteen weeks after receipt of the application.

2.

A decision relating exclusively to the existence or continued existence of the incapacity for work, for which no assessment as referred to in Article 19ab, paragraph 1, is required, shall be issued within four weeks after receipt of the application, the notification of the incapacity or the report of illness to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), as referred to in Articles 29a, paragraph 4, 38, paragraph 2, 38a, paragraphs 2 and 3, 38aa, paragraph 1, and 38ab, paragraph 1.

3.

If a decision as referred to in the first or second paragraph cannot be issued within the applicable period, this shall be communicated in writing to the applicant, stating the shortest possible period within which the decision can be expected.

1.

Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet kan door de werknemer uitsluitend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft de beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

Een beschikking die uitsluitend betrekking heeft op het al dan niet bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken, waarvoor geen beoordeling als bedoeld in artikel 19ab, eerste lid, nodig is, wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, de aangifte van de ongeschiktheid of van de ziekmelding aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in de artikelen 29a, vierde lid, 38, tweede lid, 38a, tweede en derde lid, 38aa, eerste lid, en 38ab, eerste lid.

3.

Indien een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.