Article 8.15
in forceGeneral and penal provisions · Afwijking op grond van verdragen
The lawful residence of the foreign national, as referred to in Article 8.7, second, third or fourth paragraph, who does not possess the nationality of a state as referred to in the first paragraph of that Article, shall not terminate by reason of absence from the Netherlands:
of a maximum of six months per year;
for important reasons, such as pregnancy and childbirth, serious illness, studies or vocational training, for a single period of no more than twelve months;
for the fulfillment of military obligations;
due to secondment for the performance of work.
Without prejudice to paragraph 5, the right of lawful residence shall likewise not terminate upon the death of the foreign national, as referred to in Article 8.7, paragraph 1, with whom he resided in the Netherlands:
if he resided in the Netherlands for at least one year prior to the death of that foreign national;
for the completion of the study, if he resided in the Netherlands as the child of that foreign national and is enrolled for study at an educational institution, or if he is the caregiving parent of such a child.
Paragraph 2, opening words and under (b), shall apply mutatis mutandis to the departure of the foreign national, referred to in Article 8.7, paragraph 1, with whom the foreign national resided in the Netherlands.
Without prejudice to paragraph 5, the right of lawful residence shall likewise not terminate by the dissolution of marriage (ontbinding van het huwelijk) or annulment of the marriage or the termination of the registered partnership (geregistreerd partnerschap):
if the marriage has lasted for at least three years before the commencement of the judicial proceedings for divorce (echtscheiding) or annulment, or the registered partnership (geregistreerd partnerschap) for at least three years before the termination thereof, during which period the foreign national has resided in the Netherlands for at least one year;
if the custody of the children has been assigned to the foreign national by agreement between the former spouses or partners, or by judicial decision;
for the duration for which the contact is prescribed, if the foreign national has a right of contact with respect to a minor child on the basis of an agreement or a judicial decision and the contact must take place in the Netherlands pursuant to a judicial decision, or
if particularly distressing situations justify such, for example when a family member has been the victim of domestic violence during the marriage or the registered partnership.
By way of derogation from the second paragraph, under a, and the fourth paragraph, the lawful residence of the foreign national, referred to in Article 8.7, second, third or fourth paragraph, who does not possess the nationality of a state as referred to in the first paragraph of that Article, remains subject to the condition that he has sufficient resources for himself and his family members to prevent them from becoming a burden on the social assistance system, unless he has acquired the right of permanent residence referred to in Article 8.17, or it has been demonstrated that he:
is an employee or self-employed person;
has at his disposal sufficient means of support for himself and his family members to prevent them from becoming a burden on public funds during their stay in the Netherlands, and has insurance that fully covers medical expenses in the Netherlands; or
is a family member of the family already formed in the Netherlands of a person who meets the conditions referred to under a or b.
For the application of paragraph 5, under b, a foreign national with an income at the level of the standard amount established in Article 3.74 for the relevant category, shall in any event be deemed to have sufficient means of support.
Het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, eindigt niet door afwezigheid uit Nederland:
van ten hoogste zes maanden per jaar;
om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, gedurende een eenmalige periode van ten hoogste twaalf maanden;
voor de vervulling van militaire verplichtingen;
wegens uitzending voor het verrichten van werkzaamheden.
Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatig verblijf evenmin door het overlijden van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie hij in Nederland verbleef:
indien hij ten minste een jaar voor het overlijden van die vreemdeling in Nederland verbleef;
voor voltooiing van de studie, indien hij in Nederland verbleef als het kind van die vreemdeling en voor studie is ingeschreven bij een onderwijsinstelling, dan wel indien hij de verzorgende ouder is van een zodanig kind.
Het tweede lid, aanhef en onder b, is van overeenkomstige toepassing bij het vertrek van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, bij wie de vreemdeling in Nederland verbleef.
Onverminderd het vijfde lid eindigt het rechtmatig verblijf evenmin door de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk of de beëindiging van het geregistreerde partnerschap:
indien het huwelijk voor het begin van de gerechtelijke procedure tot scheiding of nietigverklaring, onderscheidenlijk het partnerschap voor beëindiging daarvan, ten minste drie jaar heeft geduurd, waarvan de vreemdeling ten minste één jaar in Nederland heeft verbleven;
indien het gezag over de kinderen bij overeenkomst tussen de voormalige echtgenoten of partners, dan wel bij rechterlijke beslissing aan de vreemdeling is toegewezen;
voor de duur waarvoor de omgang is voorgeschreven, indien de vreemdeling op grond van een overeenkomst of gerechtelijke beslissing het omgangsrecht met betrekking tot een minderjarig kind heeft en de omgang ingevolge een rechterlijke beslissing in Nederland moet plaatsvinden, of
indien bijzonder schrijnende situaties zulks rechtvaardigen, bijvoorbeeld wanneer een familielid tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap het slachtoffer is geweest van huiselijk geweld.
In afwijking van het tweede lid, onder a, en het vierde lid, blijft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling, bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, die niet de nationaliteit van een staat bezit als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, onderworpen aan de voorwaarde dat hij voor zichzelf en zijn familieleden over voldoende middelen van bestaan beschikt om te voorkomen dat zij ten laste komen van het sociale bijstandsstelsel, tenzij hij het duurzaam verblijfsrecht, bedoeld in artikel 8.17 heeft verkregen, of is aangetoond dat hij:
werknemer of zelfstandige is;
voor zichzelf en zijn familieleden beschikt over voldoende middelen van bestaan om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf in Nederland ten laste komen van de algemene middelen, en beschikt over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt; of
gezinslid is van het reeds in Nederland gevormde gezin van een persoon die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld onder a of b.
Voor de toepassing van het vijfde lid, onder b, beschikt de vreemdeling met een inkomen ter hoogte van het normbedrag dat in artikel 3.74 voor de desbetreffende categorie is vastgesteld, in ieder geval over voldoende middelen van bestaan.