Article 6.5
in forceDeparture, expulsion, transfer, entry ban and declaration of undesirability · Inreisverbod
An entry ban shall not be issued against a foreign national if a reasonable period as referred to in Article 3.82 has not yet expired following the termination of the lawful residence referred to in Article 8, under (a) to (e), or (l), of the Act, or as a Dutch national.
An entry ban shall not be issued against a foreign national if the latter:
is eligible, as a victim or witness, for a reflection period before filing a report of human trafficking or migrant smuggling;
qualifies as a victim- or witness-informant for a fixed-term ordinary residence permit;
as a victim of domestic violence by the person with whom residence as referred to in Article 8, under a, c, or e or l, of the Act was previously permitted, or as a victim of honour-related violence, qualifies for a fixed-term regular residence permit;
if the spouse, partner or minor child has been left behind in the country of origin by the person who was previously granted lawful residence as referred to in Article 8, under a, c, e, or l, of the Act, and on that ground is eligible for the grant of a fixed-term regular residence permit;
is eligible for a fixed-term regular residence permit on the ground that he is unable to leave the Netherlands through no fault of his own;
is a minor; or
is eligible for a residence permit on the basis of Decision No. 1/80 of the Association Council EEC-Turkey on the development of the Association, or is not deported for the reason that his deportation would be in conflict with the Agreement establishing an Association between the European Economic Community and Turkey, signed at Ankara on 12 September 1963 (Trb. 1964, 217), the Additional Protocol to that Agreement concluded at Brussels on 23 November 1970 (Trb. 1971, 70), or the aforementioned Decision No. 1/80.
The entry ban shall be lifted if one of the cases referred to in the second paragraph occurs.
The first through third paragraphs may be departed from in the event that the foreign national poses a danger to public order, public safety, or national security.
By ministerial regulation, other cases may be designated in which the entry ban shall be omitted or revoked for humanitarian or other reasons.
Tegen een vreemdeling wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien een redelijke termijn als bedoeld in artikel 3.82 nog niet is verstreken na afloop van het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, of als Nederlander.
Tegen een vreemdeling wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien deze:
als slachtoffer of getuige in aanmerking komt voor bedenktijd voor de aangifte van mensenhandel of mensensmokkel;
als slachtoffer- of getuige-aangever in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
als slachtoffer van huiselijk geweld van de persoon bij wie eerder verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c dan wel e of l, van de Wet was toegestaan of als slachtoffer van eergerelateerd geweld in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
als echtgenoot, partner of minderjarig kind in het land van herkomst is achtergelaten door de persoon bij wie eerder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c dan wel e, of l, van de Wet was toegestaan, en op die grond in aanmerking komt voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd;
in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond dat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken;
minderjarig is; of
in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, of niet wordt uitgezet om reden dat diens uitzetting in strijd zou zijn met de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1964, 217), het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij die overeenkomst (Trb. 1971, 70) of genoemd Besluit nr. 1/80.
Het inreisverbod wordt opgeheven, indien zich een van de gevallen, bedoeld in het tweede lid, voordoet.
Van het eerste tot en met derde lid kan worden afgeweken ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
Bij ministeriële regeling kunnen andere gevallen worden aangewezen waarin het inreisverbod om humanitaire of andere redenen achterwege wordt gelaten dan wel wordt opgeheven.