Article 3.5
in forceResidence · De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier
The right of residence based on a fixed-term regular residence permit is temporary or non-temporary.
The right of residence is temporary on the basis of the residence permit, granted under a restriction related to:
residence as a family or household member, if the principal person:
has a right of temporary residence, or
is the holder of an asylum residence permit;
seasonal labour
intra-corporate transfer
cross-border provision of services
work-study training;
study;
seeking and performing work, whether or not in salaried employment;
exchange, whether or not within the framework of a treaty;
medical treatment;
temporary humanitarian grounds
awaiting a petition on the basis of Article 17 of the Netherlands Nationality Act (Rijkswet op het Nederlanderschap).
By ministerial regulation, for the purpose of implementing obligations arising from treaties or from binding decisions of international organisations, cases may be designated in which the right of residence, in derogation from the second paragraph, is of a non-temporary nature.
If the residence permit has been granted under a restriction other than those mentioned in the second paragraph, the right of residence is non-temporary, unless otherwise determined upon the granting of the residence permit.
Het verblijfsrecht op grond van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is tijdelijk of niet-tijdelijk.
Tijdelijk is het verblijfsrecht op grond van de verblijfsvergunning, verleend onder een beperking verband houdend met:
verblijf als familie- of gezinslid, indien de hoofdpersoon:
tijdelijk verblijfsrecht heeft, of
houder van een verblijfsvergunning asiel is;
seizoenarbeid;
overplaatsing binnen een onderneming;
grensoverschrijdende dienstverlening;
lerend werken;
studie;
het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst;
uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag;
medische behandeling;
tijdelijke humanitaire gronden;
het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit verbindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties, gevallen worden aangewezen waarin het verblijfsrecht, in afwijking van het tweede lid, niet-tijdelijk van aard is.
Indien de verblijfsvergunning is verleend onder een andere beperking dan genoemd in het tweede lid, is het verblijfsrecht niet-tijdelijk, tenzij bij de verlening van de verblijfsvergunning anders is bepaald.