Dutch Legislation

Article 1019j

in force

Of legal proceedings in tenancy matters

Code of Civil Procedure (Rv) — Book 3 · Title 16 · In force since 2013-01-01

Source

By the pachtkamer of the court referred to in Article 48 of the Judiciary Act (Wet op de rechterlijke organisatie), shall be heard and decided all cases concerning

a.

a farm lease agreement (pachtovereenkomst) as referred to in Title 5 of Book 7 of the Civil Code;

b.

an agreement to amend or terminate a lease agreement;

c.

an agreement to enter into a leasehold agreement (pachtovereenkomst);

d.

an agreement whereby personal security is provided for the performance of a lease agreement (pachtovereenkomst);

e.

an agreement as referred to in Articles 399c or 399e of Book 7 of the Civil Code;

f.

an agreement between the outgoing and incoming lessee, related to the transfer of the farm;

g.

claims for the eviction from the leased property by the lessee or the former lessee and for the recovery of the leased property from the lessee or the former lessee;

h.

claims for damages or payment of the amount referred to in Articles 373, paragraphs 1 and 3, and 377, paragraphs 3 and 4, of Book 7 of the Civil Code;

i.

claims for the repayment of excess rent paid under a lease;

j.

claims for compensation for damages due to the unlawful use of the leased property after the lease agreement has ended.

Door de pachtkamer van de rechtbank bedoeld in artikel 48 van de Wet op de rechterlijke organisatie, worden behandeld en beslist alle zaken betreffende

a.

een pachtovereenkomst als bedoeld in de vijfde titel van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

b.

een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst;

c.

een overeenkomst tot het aangaan van een pachtovereenkomst;

d.

een overeenkomst waarbij persoonlijke zekerheid wordt gesteld voor de nakoming van een pachtovereenkomst;

e.

een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 399c of 399e van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

f.

een overeenkomst tussen de afgaande en opkomende pachter, verband houdende met de overgang van het bedrijf;

g.

vorderingen tot ontruiming van het gepachte door de pachter of de gewezen pachter en tot opeising van het verpachte van de pachter of gewezen pachter;

h.

vorderingen tot schadevergoeding of betaling van het bedrag, bedoeld in de artikelen 373, eerste en derde lid, en 377, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

i.

vorderingen tot terugbetaling van te veel betaalde pacht;

j.

vorderingen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatig gebruik van het gepachte, nadat de pachtovereenkomst is geëindigd.