Dutch Legislation

Article 5:9

in force

Working and rest hours

Working Hours Act (Arbeidstijdenwet) · Chapter 5 · In force since 2008-01-01

Source
1.

The employer shall organise the work in such a manner that on-call duty (consignatie) is imposed exclusively on an employee of 18 years of age or older.

2.

The employer shall organise the work in such a manner that the employee, in every consecutive period of 28 times 24 hours, has at least:

a.

14 times a period of 24 consecutive hours no call-out liability (consignatie) is imposed, and

b.

no work is performed nor is any on-call duty (consignatie) imposed for two consecutive periods of 48 hours.

3.

The employer shall organise the work in such a manner that the employee is not assigned any on-call duty (consignatie) during:

a.

11 consecutive hours for each night shift, and

b.

14 consecutive hours after each night shift.

4.

In addition to Article 5:7, paragraph 2, subparagraph a, the employer shall organise the work in such a manner that the employee upon whom on-call duty (consignatie) is imposed performs work for no more than 13 hours in every period of 24 consecutive hours.

5.

In deviation from Article 5:7, paragraph 2, subparagraph c, the employer shall organise the work in such a manner that an employee to whom on-call duty (consignatie) has been imposed 16 or more times in a period of 16 consecutive weeks, which on-call duty in each case entirely or partially covers periods between 00:00 and 06:00 hours, shall perform work for a maximum average of 40 hours per week in that period of 16 consecutive weeks.

6.

Instead of the fifth paragraph, the employer may also organise the work of an employee who, in a period of 16 consecutive weeks, has been imposed with on-call duty (consignatie) 16 or more times, which in each case wholly or partially covers periods between 00:00 and 06:00 hours, in such a way that the employee:

a.

after the last call-out that commenced between 00:00 hours and 06:00 hours, has an uninterrupted rest period of at least 8 hours, or, if his shift commences immediately following a call-out that commenced between 00:00 hours and 06:00 hours, has an uninterrupted rest period of at least 8 hours within the directly consecutive period of 18 hours, which period begins at 06:00 hours, and

b.

performed work for a maximum average of 45 hours per week during that period of 16 consecutive weeks.

7.

For the purposes of the application of the second through sixth paragraphs, work during on-call duty (consignatie) shall commence at the moment of a call-out. If, within half an hour after the termination of work resulting from a call-out during on-call duty, another such call-out is made, the intervening time shall be considered work. If, within half an hour, work resulting from a call-out during on-call duty is performed one or more times, the work shall be deemed to amount to at least half an hour.

8.

Work resulting from a call during on-call duty (consignatie) shall, for the application of Articles 5:3, second paragraph, 5:4, second or third paragraph, 5:5, second paragraph, and 5:8, fourth and fifth paragraphs, as well as the regulations by or pursuant to Article 5:12 regarding rest periods and breaks, be disregarded.

9.

Article 5:8, paragraphs six to nine inclusive, and the rules established by or pursuant to Article 5:12 regarding the number of times work is performed in night shift, shall not apply to work resulting from a call-out during on-call duty (consignatie).

1.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat consignatie uitsluitend aan een werknemer van 18 jaar of ouder wordt opgelegd.

2.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer in elke aaneengesloten periode van 28 maal 24 uren ten minste:

a.

14 maal een periode van 24 aaneengesloten uren geen consignatie wordt opgelegd, en

b.

2 maal een aaneengesloten periode van 48 uren geen arbeid verricht noch consignatie wordt opgelegd.

3.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer geen consignatie wordt opgelegd gedurende:

a.

11 aaneengesloten uren voor elke nachtdienst, en

b.

14 aaneengesloten uren na elke nachtdienst.

4.

In aanvulling op artikel 5:7, tweede lid, onderdeel a, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer aan wie consignatie is opgelegd ten hoogste 13 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren arbeid verricht.

5.

In afwijking van artikel 5:7, tweede lid, onderdeel c, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat een werknemer aan wie in een periode van 16 aaneengesloten weken 16 of meer malen consignatie is opgelegd, welke consignatie telkens geheel of gedeeltelijk perioden tussen 00.00 uur en 06.00 uur omvat, in die periode van 16 aaneengesloten weken ten hoogste gemiddeld 40 uren per week arbeid verricht.

6.

In plaats van het vijfde lid kan de werkgever de arbeid van een werknemer aan wie in een periode van 16 aaneengesloten weken 16 of meer malen consignatie is opgelegd, die telkens geheel of gedeeltelijk perioden tussen 00.00 uur en 06.00 uur omvat, ook zodanig organiseren dat de werknemer:

a.

na de laatste oproep die is aangevangen tussen 00.00 uur en 06.00 uur, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 8 uren, dan wel, indien zijn dienst aanvangt direct aansluitend op een oproep die is aangevangen tussen 00.00 uur en 06.00 uur, in de direct aaneengesloten periode van 18 uren welke periode begint om 06.00 uur, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 8 uren, en

b.

in die periode van 16 aaneengesloten weken ten hoogste gemiddeld 45 uren arbeid per week verricht.

7.

Voor de toepassing van het tweede tot en met zesde lid vangt de arbeid tijdens consignatie aan op het moment van een oproep. Indien binnen een half uur na beëindiging van de arbeid die voortvloeit uit een oproep tijdens consignatie, opnieuw een dergelijke oproep wordt gedaan, is de tussenliggende tijd arbeid. Indien binnen een half uur een of meer malen arbeid voortvloeiend uit een oproep tijdens consignatie wordt verricht, wordt de arbeid geacht ten minste een half uur te bedragen.

8.

De arbeid die voortvloeit uit een oproep tijdens consignatie wordt voor de toepassing van de artikelen 5:3, tweede lid, 5:4, tweede of derde lid, 5:5, tweede lid, en 5:8, vierde en vijfde lid, alsmede van de voorschriften bij of krachtens artikel 5:12 ten aanzien van de rusttijd en de pauze, buiten beschouwing gelaten.

9.

Op de arbeid die voortvloeit uit een oproep tijdens consignatie is artikel 5:8, zesde tot en met negende lid, en de bij of krachtens artikel 5:12 gestelde regels ten aanzien van het aantal malen dat arbeid in nachtdienst wordt verricht, niet van toepassing.