Artikel 26
geldendDe waardevaststelling
Indien in de loop van het kalenderjaar waarvoor de waarde van een onroerende zaak is vastgesteld een ander dan degene te wiens aanzien een beschikking houdende de vaststelling van de waarde van die zaak is genomen, de hoedanigheid verkrijgt van degene, bedoeld in artikel 24, derde lid, onderdeel a of onderdeel b,:
neemt de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar ten aanzien van die ander binnen acht weken na een daartoe gedaan verzoek een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 22, eerste lid, of artikel 27, eerste lid;
kan de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar ten aanzien van die ander eigener beweging een voor bezwaar vatbare beschikking nemen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, of artikel 27, eerste lid.
De beschikking treedt, vanaf het tijdstip waarop die ander de in het eerste lid bedoelde hoedanigheid heeft verkregen, in de plaats van de in de artikelen 22, eerste lid, of artikel 27, eerste lid, bedoelde beschikking.
De beschikking bevat in ieder geval de in artikel 23 bedoelde gegevens, alsmede een vermelding van het in het tweede lid bedoelde tijdstip.
Artikel 24, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Art. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.20 Wet IB 2001; art. 18 Wet WOZ; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet). Werkelijk behaald rendement bij aandeel in een VvE en bij onroerende zaken; berekening ongerealiseerde waardeverandering van een woning; invloed van nadere investeringen; waardering eigen gebruik, rechtsvormende taak van de rechter; verkrijging en vervreemding van vrijgestelde bezittingen (ECLI:NL:HR:2024:705).
Uitspraak op rechtspraak.nlArt. 14 EVRM; art. 1 EP; art. 5.20 Wet IB 2001; art. 18 Wet WOZ; Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet). Werkelijk behaald rendement bij aandeel in een VvE en bij onroerende zaken; berekening ongerealiseerde waardeverandering van een woning; invloed van nadere investeringen; waardering eigen gebruik, rechtsvormende taak van de rechter; verkrijging en vervreemding van vrijgestelde bezittingen (ECLI:NL:HR:2024:705).
Uitspraak op rechtspraak.nl