Nederlandse wetgeving

Artikel 16

geldend

De waardebepaling

Wet waardering onroerende zaken · Hoofdstuk III · Geldig vanaf 2005-01-01

Bron

Voor de toepassing van de wet wordt als één onroerende zaak aangemerkt:

a.

een gebouwd eigendom;

b.

een ongebouwd eigendom;

c.

een gedeelte van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d.

een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

e.

een geheel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen, of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan, of in onderdeel d bedoelde samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt geëxploiteerd;

f.

het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a of onderdeel b bedoeld eigendom, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel d bedoeld samenstel of van een in onderdeel e bedoeld geheel.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-01-16 · ECLI:NL:HR:2026:56

Artikel 16 Wet WOZ; PV-installatie afzonderlijk WOZ-object; werktuigenuitzondering; zelfstandigheid in bouwkundig opzicht.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-09-12 · ECLI:NL:HR:2025:1211

Wet waardering onroerende zaken; artikel 16, aanhef en letter d, van de Wet WOZ; zijn onroerende zaken op twee glastuinbouwlocaties aan te merken als een samenstel van eigendommen?

Uitspraak op rechtspraak.nl