Nederlandse wetgeving

Artikel 44

geldend

Toegelaten instellingen · Werkzaamheden

Woningwet · Hoofdstuk IV · Afdeling 3 · Geldig vanaf 2026-07-01

Bron
1.

De toegelaten instelling verzoekt jaarlijks op uiterlijk 1 april om een overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten waar zij feitelijk werkzaam is, en de in het belang van de huurders van haar woongelegenheden werkzame huurdersorganisaties en bewonerscommissies, met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 2 van de Wet op het overleg huurders verhuurder, in verband met afspraken over de uitvoering van het volkshuisvestingsprogramma van die gemeenten of actualisatie daarvan in ten minste het kalenderjaar dat direct volgt op die datum.

2.

Het college van burgemeester en wethouders nodigt aanbieders, als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, zorgaanbieders als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg en jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet uit voor het overleg bedoeld in het eerste lid, voor zover zij, naar het oordeel van het college, nodig zijn om de doelen uit het volkshuisvestingsprogramma te bewerkstelligen.

3.

De toegelaten instelling draagt er zorg voor dat de betrokken colleges van burgemeesters en wethouders en de organisaties en commissies, bedoeld in het eerste lid en de aanbieders, zorgaanbieders, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen bedoeld in het tweede lid, jaarlijks op 1 juli of een andere met de betrokken colleges van burgemeester en wethouders en de organisaties en commissies overeengekomen datum beschikken over het overzicht, bedoeld in artikel 43, eerste lid.