Nederlandse wetgeving

Artikel 146a

geldend

Het opsporingsonderzoek · Algemeene bepalingen

Wetboek van Strafvordering (Sv) · Boek 2 Strafvordering in eersten aanleg · Titel I · Afdeling 1 · Geldig vanaf 2013-01-01

Bron

Ter plaatse waar en binnen de grenzen binnen welke zij bevoegd zijn tot opsporing, zijn hulpofficier van justitie:

a.

de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;

b.

de officieren van de Koninklijke marechaussee;

c.

de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen onderofficieren van de Koninklijke marechaussee;

d.

de door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en buitengewone opsporingsambtenaren.