Nederlandse wetgeving

Artikel 7

geldend

Heffing ter zake van leveringen en diensten · Ondernemer

Wet op de omzetbelasting 1968 (btw) · Hoofdstuk II · Afdeling 1c · Geldig vanaf 2014-01-01

Bron
1.

Ondernemer is ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent.

2.

Waar in deze wet wordt gesproken van bedrijf, wordt daaronder mede verstaan:

a.

beroep;

b.

exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.

3.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat publiekrechtelijke lichamen die, anders dan als ondernemer, prestaties verrichten welke uit hun aard ook door ondernemers kunnen worden verricht, met betrekking tot die prestaties als ondernemer worden aangemerkt.

4.

Natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die op grond van het bepaalde in dit artikel ondernemer zijn en die in Nederland wonen of zijn gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting hebben en die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven, dat zij een eenheid vormen, worden, al dan niet op verzoek van één of meer van deze natuurlijke personen of lichamen, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur als één ondernemer aangemerkt en wel met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de inspecteur die beschikking heeft afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de vorming, wijziging en beëindiging van de fiscale eenheid.

5.

Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kunnen lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen die, anders dan als ondernemer, prestaties verrichten ten behoeve van ondernemers, die krachtens artikel 15 ter zake belasting in aftrek zouden hebben kunnen brengen, indien die prestaties ten behoeve van hen door een ondernemer zouden zijn verricht, met betrekking tot die prestaties als ondernemer worden aangemerkt.

6.

Degene die, anders dan als ondernemer, een nieuw vervoermiddel levert welk vervoermiddel wordt verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat, wordt met betrekking tot die levering als ondernemer aangemerkt.

7.

Voor de toepassing van de regels betreffende de plaats van dienst in deze wet en in de daarop gebaseerde bepalingen wordt:

a.

een ondernemer die ook werkzaamheden of handelingen verricht die niet als belastbare goederenleveringen of diensten in de zin van artikel 2, lid 1, van BTW-richtlijn 2006 worden beschouwd, met betrekking tot alle voor hem verrichte diensten als ondernemer aangemerkt;

b.

een rechtspersoon, andere dan ondernemer, die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, als ondernemer aangemerkt.

Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.

2026-04-24 · ECLI:NL:HR:2026:713

Omzetbelasting; art. 8, lid 1, en art 29, lid 1, Wet op de omzetbelasting 1968; verkoop van telefoontoestel in combinatie met kredietverstrekking aan consumenten; niet-betalen van aflossingstermijnen; vaststellen van rechtstreeks verband tussen afgesproken kredietbetalingen en de prijs voor het telefoontoestel; relevantie van het zijn van fiscale eenheid.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2026-02-20 · ECLI:NL:HR:2026:281

Omzetbelasting; art. 11, lid 1, letter i, onder 2º, en art. 15, lid 2, letter c, Wet OB 1968; omvang recht op aftrek gemengde kosten van handelaar in financiële instrumenten op effectenbeurzen; vaststelling vergoeding voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat; toepassing arrest HvJ 14 juli 1998, First National Bank of Chicago, C-172/96, ECLI:EU:C:1998:354

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-12-19 · ECLI:NL:HR:2025:1961

Omzetbelasting; art. 67f AWR; boete voor het niet op aangifte betalen van verschuldigde omzetbelasting; bewijs van (voorwaardelijk) opzet; onderlinge samenwerking belastingplichtige en diens adviseur met het oog op het opstellen en indienen van aangiften; essentiële stelling van inspecteur over niet-tijdig aanleveren van stukken niet behandeld.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-07-18 · ECLI:NL:HR:2025:1169

Artikel 67f AWR; artikel 10a AWR; bewijsmaatstaf bij vergrijpboeten; grove schuld.

Uitspraak op rechtspraak.nl

2025-03-28 · ECLI:NL:HR:2025:472

Omzetbelasting; art. 7, lid 4, en art. 11, lid 1, letters c en f, en lid 2, Wet OB; art. 11, art. 132, lid 1, letters b en g, en art. 133, letter d, BTW-richtlijn 2006; door een fiscale eenheid verrichte belastbare prestaties jegens derden op het gebied van gehandicaptenzorg; vrijstelling met subjectgebonden voorwaarden; subjectgebonden voorwaarden beoordelen op het niveau van fiscale eenheid of per lid van de fiscale eenheid?; prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

Uitspraak op rechtspraak.nl