Nederlandse wetgeving

Hoofdstuk 5

geldend

Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen

Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001) · Artikelen: 50

Afdeling 5.1

Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

5.1 Artikel 5.1

Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is het voordeel uit sparen en beleggen verminderd met de persoonsgebonden aftrek (hoofdstuk 6).

gecontroleerd
5.2 Artikel 5.2

Het voordeel uit sparen en beleggen wordt gesteld op het product van het effectieve rendementspercentage, bedoeld in het tweede lid, en de grondslag…

gecontroleerd
5.3 Artikel 5.3

De rendementsgrondslag is de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden.

gecontroleerd
5.4 Artikel 5.4

Tot de bezittingen behoren niet niet opeisbare geldvorderingen op de echtgenoot van een overleden ouder van de belastingplichtige:

gecontroleerd
5.4a Artikel 5.4a

Tot de bezittingen behoren niet vorderingen op de partner van de belastingplichtige die corresponderen met een schuld als bedoeld in artikel 5.3…

gecontroleerd
5.5 Artikel 5.5

Het heffingvrije vermogen bedraagt € 59.357.

gecontroleerd
5.6 Artikel 5.6 vervallen

Afdeling 5.2

Vrijstellingen

5.7 Artikel 5.7

Tot de bezittingen behoren niet:

gecontroleerd
5.8 Artikel 5.8

Tot de bezittingen behoren niet voorwerpen van kunst en wetenschap, tenzij deze hoofdzakelijk als belegging dienen.

gecontroleerd
5.9 Artikel 5.9

Tot de bezittingen behoren niet de rechten op roerende zaken die krachtens erfrecht bij de belastingplichtige zijn opgekomen voorzover deze zaken…

gecontroleerd
5.10 Artikel 5.10

Tot de bezittingen behoren niet:

gecontroleerd
5.11 Artikel 5.11 vervallen
5.12 Artikel 5.12

Tot de bezittingen en schulden behoren niet lopende termijnen van inkomsten en verplichtingen die betrekking hebben op een tijdvak van een jaar of…

gecontroleerd

Afdeling 5.3

Groene beleggingen

5.13 Artikel 5.13

Tot de bezittingen behoren niet groene beleggingen voor een bedrag van in totaal € 26.715. Indien de belastingplichtige het gehele kalenderjaar…

gecontroleerd
5.14 Artikel 5.14

Groene beleggingen zijn aandelen in, winstbewijzen van en geldleningen aan aangewezen groene fondsen. Aanwijzing geschiedt op verzoek van het fonds…

gecontroleerd
5.15 Artikel 5.15 vervallen

Afdeling 5.3A

Vrijstelling nettolijfrenten

5.16 Artikel 5.16

Tot de bezittingen behoren niet nettolijfrenten.

gecontroleerd
5.16a Artikel 5.16a

Als aanbieder van een nettolijfrente kan optreden:

gecontroleerd
5.16b Artikel 5.16b

De jaarlijkse premie ter zake van alle nettolijfrenten van de belastingplichtige gezamenlijk bedraagt ten hoogste het percentage, genoemd in artikel…

gecontroleerd
5.16c Artikel 5.16c

Ingeval op enig tijdstip:

gecontroleerd

Afdeling 5.3B

Vrijstelling nettopensioen

5.17 Artikel 5.17

Tot de bezittingen behoren niet aanspraken ingevolge een nettopensioenregeling.

gecontroleerd
5.17a Artikel 5.17a

Een netto-ouderdomspensioen en een nettopartnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum worden opgebouwd over ten hoogste het bedrag dat…

gecontroleerd
5.17b Artikel 5.17b

Een nettopartnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum bedraagt niet meer dan 50% van het bedrag dat ingevolge artikel 18ga van de Wet op de…

gecontroleerd
5.17c Artikel 5.17c

Een nettowezenpensioen bedraagt voor halve wezen niet meer dan 20% van het bedrag dat ingevolge artikel 18ga van de Wet op de loonbelasting 1964 niet…

gecontroleerd
5.17d Artikel 5.17d

Artikel 18d van de Wet op de loonbelasting 1964 is van overeenkomstige toepassing op een netto-ouderdomspensioen, een nettopartnerpensioen bij…

gecontroleerd
5.17e Artikel 5.17e

Ingeval op enig tijdstip:

gecontroleerd
5.17f Artikel 5.17f

Bij ministeriële regeling kunnen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.18 en in artikel 18g van de Wet op de loonbelasting 1964, regels worden…

gecontroleerd

Afdeling 5.4

Waardering

5.18 Artikel 5.18 vervallen
5.19 Artikel 5.19

Bezittingen en schulden worden in aanmerking genomen voor de waarde in het economische verkeer.

gecontroleerd
5.20 Artikel 5.20

De waarde van een woning, wordt, in afwijking van artikel 5.19, eerste lid, gesteld op de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken…

gecontroleerd
5.21 Artikel 5.21

Voor de waardering van effecten die zijn opgenomen in enige bij ministeriële regeling aangewezen prijscourant wordt de waarde in het economische…

gecontroleerd
5.22 Artikel 5.22

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de in aanmerking te nemen waarde van genotsrechten.

gecontroleerd
5.23 Artikel 5.23

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, in het kader van dit hoofdstuk passende, regels worden gesteld ten behoeve van de waardering van…

gecontroleerd

Afdeling 5.5

Peildatumarbitrage

5.24 Artikel 5.24

Indien aan het begin van het kalenderjaar (peildatum) de waarde van de overige bezittingen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de…

gecontroleerd

Afdeling 5.6

Tegenbewijsregeling

5.25 Artikel 5.25

Indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het werkelijke rendement van bezittingen en schulden lager is dan het voordeel uit sparen en…

gecontroleerd
5.26 Artikel 5.26

Het werkelijke rendement van bezittingen en schulden is het gezamenlijke bedrag van alle voordelen die worden behaald met bezittingen en schulden.

gecontroleerd
5.27 Artikel 5.27

Tot de reguliere voordelen behoren in ieder geval genoten:

gecontroleerd
5.27a Artikel 5.27a

Het voordeel uit het voor eigen gebruik ter beschikking staan van een onroerende zaak of een deel daarvan wordt gesteld op de economische huurwaarde…

gecontroleerd
5.28 Artikel 5.28

De vermogensaanwas van bezittingen en schulden bestaat uit het verschil tussen de waarde aan het einde van het kalenderjaar van het saldo van…

gecontroleerd
5.29 Artikel 5.29

Een storting is een positieve waardemutatie van het saldo van bezittingen en schulden die het directe gevolg is van:

gecontroleerd
5.30 Artikel 5.30

Een onttrekking is een negatieve waardemutatie van het saldo van bezittingen en schulden die het directe gevolg is van:

gecontroleerd
5.31 Artikel 5.31

De waarde van bezittingen en schulden wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van afdeling 5.4 en de daarop berustende bepalingen, met dien…

gecontroleerd
5.31a Artikel 5.31a

Voor de toepassing van deze afdeling behoren rechten op kapitaalsuitkeringen of prestaties uit levensverzekering, uitsluitend bestaande uit een…

gecontroleerd
5.31b Artikel 5.31b

Voor de toepassing van deze afdeling behoren geld, elektronisch geld in de vorm van een chipkaart, alsmede vermogensrechten die zijn bestemd voor het…

gecontroleerd
5.32 Artikel 5.32

Voor de toepassing van deze afdeling behoren groene beleggingen uitsluitend tot de bezittingen, indien de waarde van de groene beleggingen aan het…

gecontroleerd
5.32a Artikel 5.32a

Voor de toepassing van deze afdeling behoren rechten op kapitaalsuitkeringen als bedoeld in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AN, van de…

gecontroleerd
5.33 Artikel 5.33

Indien de belastingplichtige bij het begin van het kalenderjaar nog niet binnenlands belastingplichtig is, wordt bij de toepassing van artikel 5.28…

gecontroleerd
5.34 Artikel 5.34

Reguliere voordelen behoren tot het werkelijke rendement in het kalenderjaar waarin zij zijn:

gecontroleerd
5.35 Artikel 5.35

Na toepassing van artikel 5.16c, eerste lid, in het voorafgaande kalenderjaar op de gehele of gedeeltelijke aanspraak op een nettolijfrente wordt tot…

gecontroleerd
5.36 Artikel 5.36

Na toepassing van artikel 5.17e, eerste lid, in het voorafgaande kalenderjaar op de aanspraak op een nettopensioen wordt tot het werkelijke rendement…

gecontroleerd