Nederlandse wetgeving

Artikel 3.103

geldend

Heffingsgrondslag bij werk en woning · Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen

Wet inkomstenbelasting 2001 · Hoofdstuk 3 · Afdeling 3.5 · Geldig vanaf 2013-07-01

Bron

Tot de periodieke uitkeringen en verstrekkingen die worden ontvangen op grond van een publiekrechtelijke regeling behoren:

a.

uitkeringen uit vrijwillige verzekering op grond van de artikelen 35 of 38 van de Algemene Ouderdomswet en de artikelen 63a, 63d of 66a, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet;

b.

uitkeringen aan gemoedsbezwaarden op grond van artikel 48 van de Algemene Ouderdomswet;

c.

uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

d.

uitkeringen in verband met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd op grond van een regeling op grond van de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies;

e.

uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a, b, c en d.