Nederlandse wetgeving

Artikel 18

geldend

Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen · Geldig vanaf 1991-08-22

Bron
1.

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, nemen de verplichting op zich aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter bestudering door het Comité, een verslag over te leggen betreffende de wetgevende, rechterlijke, bestuurlijke of andere maatregelen die zij hebben genomen ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag en met betrekking tot de in dit opzicht geboekte vooruitgang:

(a).

binnen een jaar na de inwerkingtreding voor de desbetreffende Staat;

(b).

vervolgens ten minste eenmaal in de vier jaar en voorts telkens wanneer het Comité dit verzoekt.

2.

In de verslagen kunnen de factoren en moeilijkheden worden vermeld, die van invloed zijn op de mate waarin aan de in dit Verdrag vervatte verplichtingen wordt voldaan.