Artikel 5.4a
geldendVrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
1.
De vreemdeling aan wie een maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet is opgelegd, kan Onze Minister om opheffing daarvan verzoeken.
2.
Indien het verzoek wordt afgewezen, worden de redenen daartoe vermeld in het besluit.