Nederlandse wetgeving

Artikel 5.4

geldend

Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen

Vreemdelingenbesluit 2000 · Hoofdstuk 5 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron
1.

De vreemdeling aan wie een maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet is opgelegd, kan Onze Minister om toestemming verzoeken om tijdelijk buiten de toegewezen plaats te verblijven.

2.

De beslissing op het verzoek om toestemming wordt objectief en onpartijdig genomen op basis van de merites van elk afzonderlijk geval. Bij afwijzing van het verzoek worden de redenen daartoe vermeld in de beslissing.

3.

De vreemdeling heeft geen toestemming nodig om afspraken met autoriteiten en rechterlijke instanties na te komen indien zijn aanwezigheid daarvoor vereist is. De vreemdeling stelt Onze Minister vooraf van dergelijke afspraken in kennis.