Paragraaf B2/4
geldendBewijsmiddelen · Uitwisseling
4.1 Algemeen
De IND beschouwt een geldig document voor grensoverschrijding als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de leeftijdseis als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder b, Vb en artikel 3.24, eerste lid, VV.
De IND beschouwt een afschrift uit de BRP waaruit blijkt dat de vreemdeling staat ingeschreven op hetzelfde adres als het gastgezin en waaruit de gezinssamenstelling blijkt als bewijsmiddel dat de vreemdeling in een gastgezin verblijft bestaande uit ten minste twee personen.
4.2 WHS/WHP
De IND beschouwt als bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat het tijdige vertrek van de vreemdeling uit Nederland als bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, aanhef en onder d, Vb is gewaarborgd:
een retourticket; of
bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling over middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen.
4.3 Au pair
Uitwisselingsprogramma
Verwezen wordt naar artikel 1.14, sub b, Vb en de paragrafen B2/2.2 en B2/2.3 Vc. De au pair die in het kader van culturele uitwisseling in Nederland wenst te verblijven laat zich door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie vertegenwoordigen.
De als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie moet over een door de IND goedgekeurd uitwisselingsprogramma beschikken. Het door de IND te beoordelen uitwisselingsprogramma en de aanvraag voor een verblijfsvergunning culturele uitwisseling wordt in naam van de au pair door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie ingediend.
Het uitwisselingsprogramma geldt voor alle vreemdelingen voor wie de als referent erkende uitwisselingsorganisatie verblijf in Nederland aanvraagt. Als de als referent erkende uitwisselingsorganisatie het uitwisselingsprogramma wenst aan te passen, moet het uitwisselingsprogramma opnieuw goedgekeurd worden door de IND.
Dagindeling
De IND beschouwt de tussen het gastgezin en de vreemdeling overeengekomen en ondertekende dagindeling voor de lichte huishoudelijke werkzaamheden als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde zoals bedoeld in artikel 3.24, derde lid, aanhef en onder d, VV. Voor alle zeven dagen van de week dient een dagindeling te worden opgesteld. De dagindeling moet door het gastgezin en de vreemdeling zijn ondertekend. In de dagindeling wordt minimaal opgenomen:
hoeveel uur per dag de vreemdeling lichte huishoudelijke werkzaamheden gaat verrichten;
welke werkzaamheden de vreemdeling gaat verrichten;
welke dagen de vreemdeling vrij is; en
wie er als alternatief fungeert of fungeren voor het verrichten van lichte huishoudelijke werkzaamheden.
De dagindeling is alleen geldig gedurende het verblijf van de vreemdeling in Nederland.
4.4 Particuliere uitwisselingsorganisaties
Uitwisselingsprogramma
Verwezen wordt naar artikel 1.14, sub b, Vb en de paragrafen B2/2.2 en B2/2.3 Vc. De als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie moet over een door de IND goedgekeurd uitwisselingsprogramma beschikken. Het door de IND te beoordelen uitwisselingsprogramma en de aanvraag voor een verblijfsvergunning culturele uitwisseling wordt door een als referent erkende particuliere uitwisselingsorganisatie ingediend.
Het uitwisselingsprogramma geldt voor alle vreemdelingen voor wie de als referent erkende uitwisselingsorganisatie verblijf in Nederland aanvraagt.Als de als referent erkende uitwisselingsorganisatie het uitwisselingsprogramma wenst aan te passen, moet het uitwisselingsprogramma opnieuw goedgekeurd worden door de IND.
4.5 Europees vrijwilligerswerk
De IND beschouwt een door de uitwisselingsorganisatie en de vreemdeling ondertekende overeenkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.43, vierde lid, Vb. In de overeenkomst moeten de onderdelen uit artikel 3.24, vijfde lid, VV zijn opgenomen.