Nederlandse wetgeving

Paragraaf A1/7

geldend

Toezicht aan de buitengrens · Toegang

Vreemdelingencirculaire 2000 (A) · Hoofdstuk A1 · Geldig vanaf 2026-06-12

Bron

7.1 Controle

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:

•.

zolang een vreemdeling zich op of nabij een grensdoorlaatpost bevindt;

•.

zolang de ambtenaar belast met de grensbewaking een relatie met in- of uitreis van die vreemdeling kan leggen.

Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.

7.2 Toegang onder voorwaarden

De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:

•.

een vreemdeling die kort verblijf beoogt;

•.

een niet-MVVplichtige vreemdeling die zijn verblijfsdoel wijzigt en kort verblijf beoogt.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:

•.

de toegang op grond van artikel 6, eerste lid, SGC weigeren;

•.

tegenwerpen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn.

De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:

•.

het stellen van zekerheid (zie A1/4.6 Vc);

•.

het opleggen van een meldplicht aan de vreemdeling.

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker met betrekking tot de toegang onder voorwaarden in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een inreisnotitie in het EES.

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.

De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijke kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken.

Bij uitreis plaatst de ambtenaar belast met de grensbewaking een uitreisnotitie in EES.

7.2.1 Aan de buitengrens aangevraagd visum voor doorreis binnen Schengengebied

In artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 Visumcode zijn bepalingen opgenomen op basis waarvan toegang wordt verleend aan vreemdelingen die als passagier van een vliegtuig onvoorzien landen op een vliegveld in het Schengengebied en die niet in het bezit zijn van vereiste reisvisum of doorreisvisum voor toegang in het Schengengebied.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan een Schengenvisum verlenen aan visumplichtige vreemdelingen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten. Conform artikel 35 Visumcode dient de vreemdeling te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 Schengengrenscode met uitzondering van de voorwaarde opgenomen in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, Schengengrenscode. Een onderbreking van de reis, die plaatsvindt wegens onafhankelijke omstandigheden, zoals weersomstandigheden of technische storingen is een omstandigheid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Visumcode.

De terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Visumcode, wordt zeker geacht als

•.

de vreemdeling vertrekt uit het Schengengebied van de luchthaven die op zijn vliegticket genoemd staat;

•.

de vreemdeling in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en tickets op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling een visum voor de duur die noodzakelijk is om te vertrekken uit het Schengengebied.

Clausuleregeling voor onverwacht verblijf binnen Nederland

Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in artikel 2.6 VV.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode bedoeld is.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling (Model 21A).

De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een Clausulestempel voorzien van het verbalisantennummer van de afgevende ambtenaar en de datum van de (vermoedelijke) uitreis in het document voor grensoverschrijding. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij inreis tevens een inreisstempel geplaatst.

De verklaring moet door de vreemdeling bij uitreis bij de ambtenaar belast met de grensbewaking van één van de daartoe aangewezen luchthavens binnen Nederland worden ingeleverd. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij uitreis een uitreisstempel geplaatst in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling.

7.2.2 Territoriaal beperkt visum

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan eveneens conform de voorwaarden van artikel 25 van de Verordening (EG) Nr.810/2009 (Visumcode) een territoriaal beperkt visum verlenen met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor deze regeling voor het beperkt territoriaal visum bedoeld is.

De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.

7.2.3 Zieke zeelieden

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:

•.

in een ziekenhuis behandeld moet worden; en

•.

niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.

Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de eenheidsleiding van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.

7.3 Weigeren van toegang

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De ambtenaar voegt een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in EES en stelt een formulier M17 op, tenzij de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:

•.

die geen uitstel gedoogt of, in voorkomend geval, na het verstrijken van de in de Vw genoemde termijn van uitstel ten uitvoer wordt gelegd;

•.

die door de ambtenaar belast met de grensbewaking aan de vreemdeling wordt uitgereikt;

•.

die inhoudt dat een vreemdeling bij het niet vervullen van de voorwaarden voor binnenkomst niet het grondgebied van Nederland of het Schengengebied mag binnenkomen en aldaar verblijven.

Indien de vreemdeling aan de grens een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient, handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt.

Op de grensdoorlaatposten op de luchthaven Schiphol:

•.

stelt de beslissing omtrent toegangsweigering uit door middel van het model M18A. Indien de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient nádat de toegang is geweigerd, komt die toegangsweigering van rechtswege te vervallen. De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt ook in dat geval de beslissing omtrent de toegangsweigering uit door middel van het model M18A;

•.

wist de toegangsweigering in het persoonlijk EES-dossier van de vreemdeling indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is ingediend nadat de toegang is geweigerd;

•.

legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw ten behoeve van de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel op door middel van het model M19A dan wel M19B; en

•.

plaatst de vreemdeling ten spoedigste voor de voortzetting van de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, ten behoeve van de voorlopige medische beoordeling en de screening in AC Schiphol of de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist.

Op een buiten de luchthaven Schiphol gelegen grensdoorlaatpost:

•.

stelt de beslissing omtrent toegangsweigering uit door middel van het model M18A. Indien de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient nádat de toegang is geweigerd, komt die toegangsweigering van rechtswege te vervallen. De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt ook in dat geval de beslissing omtrent de toegangsweigering uit door middel van het model M18A;

•.

legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw ten behoeve van de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en het voortzetten van de screening op door middel van het model M19 (zie paragraaf A5/3.2 Vc);

•.

wist de toegangsweigering in het persoonlijk EES-dossier van de vreemdeling indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is ingediend nadat de toegang is geweigerd;

•.

brengt de vreemdeling ten behoeve van de voortzetting van de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en de screening over naar de screeningslocatie op de luchthaven Schiphol.

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt bij twijfel contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang of het ondergaan van grensdetentie onevenredig bezwarend wordt geacht.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend.

Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind of een niet-begeleide minderjarige aan de grens te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel te willen indienen, dan beoordeelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of de aanvraag in de asielgrensprocedure kan worden afgedaan.

Een aanvraag kan uitsluitend in de asielgrensprocedure worden afgedaan in de volgende gevallen:

a.

de ambtenaar belast met de grensbewaking twijfelt aan de relatie/gezinsband tussen de (gestelde) ouder of hoofdverzorger en de minderjarige en plaatsing van de minderjarige in een reguliere opvanglocatie biedt de minderjarige onvoldoende bescherming; of

b.

er aanwijzingen zijn dat de minderjarige het slachtoffer is van, of betrokken is bij, mensenhandel- en/of mensensmokkel; of

c.

er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de ouder of hoofdverzorger en/of de minderjarige een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of de openbare orde en de bewaring de minderjarige beschermt tegen verdere betrokkenheid en/of uitbuiting; of

d.

er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND.

Indien de aanvraag niet in de asielgrensprocedure kan worden afgedaan, dan handelt de ambtenaar belast met grensbewaking als volgt:

○.

de ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op; en

○.

de ambtenaar belast met de grensbewaking verwijst deze vreemdelingen voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, door naar aanmeldcentrum Ter Apel.

Indien de aanvraag in de asielgrensprocedure kan worden afgedaan, dan handelt de ambtenaar belast met grensbewaking als volgt:

•.

stelt de toegangsweigering uit door middel van het model M18A;

•.

legt een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw op ten behoeve van de voortzetting van de screening en de behandeling van de asielaanvraag door middel van het model M19A dan wel M19B (zie paragraaf A5/3.2 Vc); en

•.

plaatst de volwassen vreemdeling en het minderjarige kind, voor de voorzetting van de screening, ten behoeve van de voorlopige medische beoordeling en de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in de Gesloten Gezinsvoorziening in Zeist.

Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risico’s zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking:

•.

verleent aan het minderjarige kind de toegang en legt daarmee geen vrijheidsontnemende maatregel op;

•.

verwijst het minderjarige kind voor het indienen van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en de screening, door naar de IND;

•.

stelt de beslissing omtrent de toegangsweigering van de volwassen vreemdeling uit door middel van het model M18A;

•.

legt aan de volwassen vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw op ten behoeve van de voortzetting van de screening en de behandeling van de asielaanvraag door middel van het model M19A dan wel M19B (zie paragraaf A5/3.2);

•.

plaatst de volwassen vreemdeling ten spoedigste voor de voortzetting van de screening, de voorlopige medische beoordeling en de behandeling van de aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in AC Schiphol.

De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland of een familielid van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38EG van toepassing is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van artikel 8.8, tweede lid, Vb.

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:

•.

de persoon die zich erop beroept Nederlander te zijn en/of daarmee te worden gelijkgesteld;

•.

de vreemdeling die zich op een bijzondere status beroept (zie A1/4 Vc);

•.

de vreemdeling die zich erop beroept dat hem lang verblijf in Nederland of een Schengenlidstaat is toegestaan;

•.

de vreemdeling die in het bezit is van een geldige mvv; of

•.

buitenlandse adoptiekinderen, adoptiefkinderen en pleegkinderen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:

•.

het weigeren van toegang leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang;

•.

de toepassing van een vrijheidsbeperkende of ontnemende maatregel onevenredig bezwarend wordt geacht;

•.

een wezenlijk Nederlands belang (bijvoorbeeld het bijzonder urgente reisdoel van de vreemdeling) zich tegen weigering van toegang verzet.

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:

•.

de vreemdeling wijzigt zijn verblijfsdoel;

•.

er is een wezenlijk Nederlands belang gediend bij het verlenen van toegang;

•.

er is sprake van klemmende reden van humanitaire aard.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als model M17 overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:

•.

de toepasselijke bepalingen van de wetgeving met betrekking tot de reden voor toegangsweigering (in dit geval artikel 14 juncto artikel 6, SGC).

7.3.1 Toegangsweigering na de asielgrensprocedure

In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het M17A. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES.

Tevens wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND een nieuwe vrijheidsontnemende maategel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van de toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen nadat de in paragraaf A5/3.1 Vc onder “Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw” onder a tot en met d genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.

7.3.2 Toegangsweigering na intrekking van de asielaanvraag in de asielgrensprocedure

Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES. Tevens wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.

7.3.3 Gevaar voor de volksgezondheid

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang niet indien de vreemdeling een onderdaan is van België of Luxemburg en hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid.

Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:

•.

behandeling in een ziekenhuis nodig maakt; of

•.

ingevolge de Infectieziektewet en Quarantainewet aanleiding geeft tot quarantaine.

De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw of een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 of M19A en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).

De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:

•.

de behandeling van de ziekte; of

•.

de periode van quarantaine.

De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.

7.3.4 Rechtsmiddelen toegangsweigering

De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M17A of M18 ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.

De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een bericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.

Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd, dan omvat het beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17 of M18, in plaats van administratief beroep.

7.3.5 Rechtsmiddelen uitstellen van de toegangsweigering

Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb. Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de asielgrensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.

7.3.6 Rechtsmiddelen toegangsweigering na afwijzing asielaanvraag in de asielgrensprocedure (model M17A)

Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw na afwijzing van een asielaanvraag in de asielgrensprocedure omvat gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A, in plaats van administratief beroep.

7.3.7 Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb:

•.

op de gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid onder a en b, Vb;

•.

als sprake is van rechtsmisbruik of fraude, zoals schijnhuwelijk.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.

7.3.8 Niet-begeleide minderjarige

Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een niet-begeleide minderjarige de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DTenV voor het terugbrengen van de minderjarige naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.

7.4 Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.