Nederlandse wetgeving

Artikel 25

geldend

Procedure van uitlevering · Behandeling van het verzoek tot uitlevering

Uitleveringswet · Hoofdstuk III · Afdeling B · Geldig vanaf 2004-05-01

Bron
1.

Het verhoor van de opgeëiste persoon geschiedt in het openbaar, tenzij deze een behandeling van de zaak met gesloten deuren verlangt, of de rechtbank om gewichtige, in het proces-verbaal der zitting te vermelden, redenen sluiting der deuren beveelt.

2.

Het verhoor heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie.

3.

Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.

4.

Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk, dan gelast de rechtbank tegen een door haar te bepalen tijdstip diens dagvaarding, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging.