Nederlandse wetgeving

Artikel 23r

geldend

Behandeling van octrooiaanvragen · § Octrooigemachtigden

Rijksoctrooiwet 1995 · Hoofdstuk 2 · § 1a · Geldig vanaf 2003-05-01

Bron
1.

Indien een bedenking een lid of plaatsvervangend lid van de raad van toezicht betreft, schorst de raad dit lid of plaatsvervangend lid in het recht zitting te hebben in de raad gedurende de tijd dat de bedenking behandeld wordt.

2.

De artikelen 512 tot en met 519 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de wraking en verschoning van een lid of plaatsvervangend lid van de raad.