Nederlandse wetgeving

Hoofdstuk II

geldend

Overlevering door Nederland

Overleveringswet (Overleveringswet) · Artikelen: 43

Afdeling 1

Voorwaarden voor overlevering

5 Artikel 5

Overlevering geschiedt uitsluitend aan uitvaardigende justitiële autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie en met inachtneming van het…

gecontroleerd
6 Artikel 6

Overlevering van een Nederlander kan worden toegestaan voor zover deze is gevraagd ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek…

gecontroleerd
6a Artikel 6a

Overlevering van een Nederlander ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een bij onherroepelijk vonnis aan hem opgelegde vrijheidsstraf kan worden…

gecontroleerd
7 Artikel 7

Overlevering kan worden toegestaan ten behoeve van:

gecontroleerd
8 Artikel 8

Met vrijheidsstraffen van langere duur dan twaalf maanden worden voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld: levenslange vrijheidsstraffen en…

gecontroleerd
9 Artikel 9

Overlevering van de opgeëiste persoon kan worden geweigerd voor een feit ter zake waarvan:

gecontroleerd
10 Artikel 10

Overlevering wordt niet toegestaan indien de opgeëiste persoon ten tijde van het begaan van het strafbare feit de leeftijd van twaalf jaren nog niet…

gecontroleerd
11 Artikel 11

Aan een Europees aanhoudingsbevel wordt geen gevolg gegeven in gevallen, waarin naar het oordeel van de rechtbank zwaarwegende en op feiten…

gecontroleerd
12 Artikel 12

Overlevering kan worden geweigerd indien het Europees aanhoudingsbevel strekt tot de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel…

gecontroleerd
12a Artikel 12a

In de gevallen als bedoeld in artikel 12, onderdeel d, kan de persoon tegen wie het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd en die nog niet…

gecontroleerd
13 Artikel 13

Overlevering kan worden geweigerd indien het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft op een strafbaar feit dat:

gecontroleerd
14 Artikel 14

Overlevering wordt niet toegestaan dan onder het algemene beding, dat de opgeëiste persoon niet zal worden vervolgd, gestraft of op enige andere…

gecontroleerd

Afdeling 2

Procedure voor overlevering

15 Artikel 15

Op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, kan de voorlopige aanhouding worden bevolen van een zich in Nederland…

gecontroleerd
16 Artikel 16

Een vreemdeling die op grond van artikel 54, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering is aangehouden, kan op bevel van de officier of…

gecontroleerd
17 Artikel 17

Elke officier van justitie of hulpofficier van justitie is bevoegd de voorlopige aanhouding van een opgeëiste persoon overeenkomstig artikel 15 te…

gecontroleerd
18 Artikel 18

De rechter-commissaris kan, op vordering van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam, de bewaring van de opgeëiste…

gecontroleerd
19 Artikel 19

Een opgeëiste persoon wiens bewaring overeenkomstig artikel 18 is bevolen, wordt – behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit…

gecontroleerd
20 Artikel 20

Een Europees aanhoudingsbevel wordt, zo het niet aan de officier van justitie is toegezonden, onverwijld aan hem doorgezonden.

gecontroleerd
21 Artikel 21

De opgeëiste persoon wordt op basis van een Europees aanhoudingsbevel dat voldoet aan de vereisten omschreven in artikel 2 zonder verdere…

gecontroleerd
21a Artikel 21a

De opgeëiste persoon die is aangehouden, kan verzoeken een advocaat in de uitvaardigende lidstaat aan te wijzen met het oog op het, door het…

gecontroleerd
22 Artikel 22

De uitspraak, houdende de beslissing over de overlevering dient door de rechtbank te worden gedaan uiterlijk zestig dagen na de aanhouding van de…

gecontroleerd
23 Artikel 23

Indien de officier van justitie reeds aanstonds van oordeel is dat de overlevering niet kan worden toegestaan op grond van het voorliggende Europees…

gecontroleerd
24 Artikel 24

Dadelijk na de ontvangst van de in artikel 23, tweede lid, bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van de rechtbank, rekening houdend met de…

gecontroleerd
25 Artikel 25

Het verhoor van de opgeëiste persoon geschiedt in het openbaar, tenzij deze een behandeling van de zaak met gesloten deuren verlangt of de rechtbank…

gecontroleerd
26 Artikel 26

De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van…

gecontroleerd
27 Artikel 27

Op vordering van de officier van justitie kan de rechtbank ter zitting de gevangenneming van de opgeëiste persoon bevelen.

gecontroleerd
28 Artikel 28

Uiterlijk veertien dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank uitspraak over de overlevering. De uitspraak wordt met…

gecontroleerd
29 Artikel 29

De uitspraak van de rechtbank is dadelijk uitvoerbaar, tenzij er ten aanzien van de opgeëiste persoon een concurrerend uitleveringsverzoek of…

gecontroleerd
30 Artikel 30

De artikelen 21 tot en met 25, 260, eerste lid, 268, 269, vijfde lid, 271, 272, 273, derde lid, 274 tot en met 277, 279, 281, 286, 288, vierde lid…

gecontroleerd
31 Artikel 31

De uitspraak van de rechtbank wordt aan de opgeëiste persoon die bij de voorlezing daarvan niet tegenwoordig is geweest, betekend. Daarbij wordt hem…

gecontroleerd
32 Artikel 32

De officier van justitie brengt de uitspraak van de rechtbank onverwijld ter kennis van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Indien de…

gecontroleerd
33 Artikel 33

Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt – behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde – beëindigd…

gecontroleerd
34 Artikel 34

De voortgezette vrijheidsbeneming kan telkens worden verlengd met ten hoogste dertig dagen indien:

gecontroleerd
35 Artikel 35

Zo spoedig mogelijk na de uitspraak waarbij de overlevering geheel of gedeeltelijk is toegestaan, maar niet later dan tien dagen na de datum van deze…

gecontroleerd
36 Artikel 36

De beslissing omtrent de tijd en de plaats van de feitelijke overlevering kan door de rechtbank, op vordering van de officier van justitie of op…

gecontroleerd
37 Artikel 37

Indien zulks voor de toepassing van artikel 35, eerste lid, tenzij de vrijheidsbeneming op grond van artikel 35, vierde lid, is beëindigd, of van…

gecontroleerd
38 Artikel 38

Bij de feitelijke overlevering deelt de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit of, in voorkomend geval, aan de bevoegde…

gecontroleerd
39 Artikel 39

De opgeëiste persoon die overeenkomstig artikel 4, eerste of tweede lid, is gesignaleerd ter fine van aanhouding met het oog op zijn overlevering of…

gecontroleerd
40 Artikel 40

Uiterlijk tien dagen nadat een verklaring overeenkomstig artikel 39 is afgelegd, beslist de rechtbank of de opgeëiste persoon ter beschikking zal…

gecontroleerd
41 Artikel 41

Indien de rechtbank overeenkomstig artikel 40 heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende…

gecontroleerd
42 Artikel 42

Na de dag waarop hij de in artikel 39 bedoelde verklaring heeft afgelegd, kan de opgeëiste persoon nog slechts gedurende ten hoogste twintig dagen in…

gecontroleerd
43 Artikel 43

In geval van toepassing van artikel 40, eerste lid, bepaalt de officier van justitie, na overleg met de bevoegde buitenlandse autoriteiten…

gecontroleerd
43a Artikel 43a

De opgeëiste persoon heeft in de procedure voor overlevering door Nederland het recht zich door een raadsman te doen bijstaan. De artikelen 28, 28a…

gecontroleerd