Nederlandse wetgeving

Artikel 16

geldend

Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK) · Geldig vanaf 1995-03-08

Bron
1.

Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven, in zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning of zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtmatige aantasting van zijn of haar eer en goede naam.

2.

Het kind heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.