Nederlandse wetgeving

Artikel 247

geldend

Van surseance van betaling · Van de verlening van surseance van betaling en haar gevolgen

Faillissementswet · Titel II · Afdeling 1 · Geldig vanaf 2017-09-01

Bron
1.

De schuldenaar is steeds bevoegd aan de rechtbank de intrekking van de surseance te verzoeken, op grond dat de toestand des boedels hem weer in staat stelt zijn betalingen te hervatten. De bewindvoerders en, indien het een definitief verleende surseance betreft, de schuldeisers worden gehoord of behoorlijk opgeroepen.

2.

Deze oproeping geschiedt schriftelijk door de griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag.