Nederlandse wetgeving

Artikel 7:364

geldend

Pacht · Pachtoverneming

Burgerlijk Wetboek Boek 7 (bijzondere overeenkomsten) · Titel 5 · Afdeling 9 · Geldig vanaf 2007-09-01

Bron
1.

De pachter kan zich tot de rechter wenden met de vordering zijn echtgenoot of geregistreerde partner, één of meer zijner bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of één of meer van zijn pleegkinderen – of twee of meer van deze gezamenlijk – aan te merken als medepachter.

2.

Het bepaalde in artikel 363 leden 3 tot en met 8 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van «voorgestelde pachter» telkens wordt gelezen: «voorgestelde medepachter».