Nederlandse wetgeving

Artikel 2:130

geldend

Naamloze vennootschappen · Het bestuur van de naamloze vennootschap en het toezicht op het bestuur

Burgerlijk Wetboek Boek 2 (rechtspersonen) · Titel 4 · Afdeling 5 · Geldig vanaf 1992-01-01

Bron
1.

Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit.

2.

De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede aan iedere bestuurder toe. De statuten kunnen echter bepalen dat zij behalve aan het bestuur slechts toekomt aan een of meer bestuurders. Zij kunnen voorts bepalen dat een bestuurder de vennootschap slechts met medewerking van een of meer anderen mag vertegenwoordigen.

3.

Bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot vertegenwoordiging kan slechts door de vennootschap worden ingeroepen.

4.

De statuten kunnen ook aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid tot vertegenwoordiging toekennen.