Artikel 1:265b
geldendHet gezag over minderjarige kinderen · Ondertoezichtstelling van minderjarigen
Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.
De machtiging kan eveneens worden verleend op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of op verzoek van het openbaar ministerie.
Voor opneming en verblijf als bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, of 6.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet is geen machtiging als bedoeld in het eerste lid vereist, doch een machtiging als bedoeld in genoemde artikelleden. Deze machtiging geldt voor de toepassing van artikel 265a als een machtiging als bedoeld in het eerste lid.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Jeugdrecht. Vragen over plaatsing van kind in pleeggezin als screening van pleeggezin niet of niet met positief resultaat heeft plaatsgevonden of pleegzorgaanbieder plaatsing niet langer verantwoord vindt, en over ontbreken van wettelijke regeling voor geschillen over voogdij.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilie- en jeugdrecht. Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling via geschillenregeling van art. 1:262b BW aan kinderrechter worden voorgelegd?
Uitspraak op rechtspraak.nlArt. 81 lid 1 RO. Familie- en jeugdrecht. Machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265b BW). Verzoek deskundigenonderzoek (art. 810a lid 2 Rv). Horen kind. Oproepen kind.
Uitspraak op rechtspraak.nlJeugdrecht. Verlenging ondertoezichtstelling mogelijk nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen.
Uitspraak op rechtspraak.nlJeugdrecht. Machtiging uithuisplaatsing. Verzoek art. 810a lid 2 Rv. HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:575. HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2632. Prognose.
Uitspraak op rechtspraak.nl