Artikel 1b
geldendAls uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van een onbekende verdachte of een onbekend slachtoffer waarop een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 151d, eerste lid, eerste volzin, of artikel 195f, eerste lid, eerste volzin, van de wet gericht kan zijn, worden aangewezen:
a.
het geslacht;
b.
het ras;
c.
de oogkleur;
d.
de haarkleur;
e.
de huidskleur.