Artikel 27
geldend
1.
Voorbehouden op dit Verdrag zijn niet toegestaan, behalve ter zake van de bepalingen van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder ii, en eerste lid, onderdeel b, en artikel 22, derde lid.
2.
Voorbehouden gemaakt door een Staat op grond van het eerste lid worden geformuleerd op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
3.
Elke Staat kan een krachtens het eerste lid gemaakt voorbehoud geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, welke van kracht wordt op de datum van ontvangst ervan.