Dutch Legislation

Article 1.28

in force

Visas

Aliens Decree 2000 (Vb 2000) · Chapter 1a · In force since 2016-03-01

Source

A return visa shall not be refused on the ground referred to in Article 2x, paragraph 1, under (a), of the Act to:

a.

the foreign national who, in the opinion of Our Minister, has demonstrated that he must travel for business purposes or must temporarily leave the Netherlands due to compelling or urgent family circumstances;

b.

the foreign national born in this country, as referred to in Article 3.23, paragraph 1, on whose behalf an application has been submitted for the grant of a fixed-term regular residence permit in the event that both parents have lawful residence as referred to in Article 8, under (a) to (e) inclusive, or (l), of the Act or as a Dutch national;

c.

the foreign national who has received a positive decision on his application for the grant, the extension of the period of validity or the amendment of a residence permit, but is still awaiting the issuance of the corresponding residence document;

d.

the foreign national who is awaiting the decision on an application for the amendment or the extension of the period of validity of the residence permit ordinary for a fixed period, provided that the application was received in a timely manner or, in the opinion of Our Minister, within a reasonable period as referred to in Article 3.82, paragraph 1.

Een terugkeervisum wordt niet geweigerd op de in artikel 2x, eerste lid, onder a, van de Wet bedoelde grond aan:

a.

de vreemdeling die naar het oordeel van Onze Minister heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende of dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten;

b.

de hier te lande geboren vreemdeling, bedoeld in artikel 3.23, eerste lid, ten behoeve van wie een aanvraag is gedaan tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingeval beide ouders rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander;

c.

de vreemdeling die een positieve beslissing op zijn aanvraag tot het verlenen, het verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van een verblijfsvergunning heeft ontvangen, maar nog in afwachting is van afgifte van het bijbehorende verblijfsdocument;

d.

de vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het wijzigen of het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd indien de aanvraag tijdig of naar het oordeel van Onze Minister binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 3.82, eerste lid, is ontvangen.