Nederlandse wetgeving

Artikel 64

geldend

Eenige bijzondere dwangmiddelen · Voorloopige hechtenis

Wetboek van Strafvordering (Sv) · Titel IV · Afdeling 2 · Geldig vanaf 2005-01-01

Bron
1.

Het bevel tot bewaring is van kracht gedurende een door de rechter-commissaris te bepalen termijn van ten hoogste veertien dagen, welke ingaat op het ogenblik der tenuitvoerlegging.

2.

Zodra de rechter-commissaris of de officier van justitie van oordeel is, dat de gronden zijn vervallen waarop het bevel tot bewaring is verleend, gelast hij de invrijheidstelling van de verdachte.

3.

Tegen een beschikking van de rechter-commissaris tot invrijheidstelling van de verdachte op de voet van het tweede lid, staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna bij de rechtbank hoger beroep open.